Wilde planten in Nederland en België

Smalle stekelvaren - Dryopteris carthusiana

Frysk: Smelle rintfear

English: Narrow Buckler-fern

Français: Dryoptéris des chartreux

Deutsch: Gewöhnlicher Dornfarn

Synoniemen: Dryopteris spinulosa, Aspidium spinulosum

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dryopteris komt van het Griekse drys of dryos (eik) en pteris (varen), waarmee bedoeld wordt een varen die op een eik kan groeien. Carthusiana betekent van de Kartuizers.

Kruisingen: Smalle stekelvaren kan een bastaard vormen met Kamvaren (Dryopteris x uliginosa). Dryopteris x uliginosa is onvruchtbaar en lijkt sterk op Kamvaren, maar de blaadjes zijn spitser en fijner verdeeld. De bastaard komt voornamelijk voor veenmosrietlanden.
De geheel steriele kruising tussen Kamvaren en Smalle stekelvaren staat op zonnige tot beschaduwde, matig voedselarme tot voedselarme, basenrijke, vochtige tot natte, humeuze, zwak zure tot zure, bij voorkeur venige bodems. Ze is voornamelijk te vinden in laagveengebieden en dan vooral in broekbossen en veenmosrietlanden. De bastaard kan ontstaan waar de arealen van Kamvaren en Smalle stekelvaren samenvallen, Nederland valt daarmee geheel binnen het Europese deel van het verspreidingsgebied. Afgezien van een klein aantal oude vindplaatsen is het taxon zeer zeldzaam in het noorden en het westen van ons land. De hybride vertoont zoals vele kruisingen een veel grotere vegetatieve uitbreiding en is forser dan haar stamouders en is niet geheel winterhard. Ze lijkt wat habitus betreft het meest op Kamvaren, ook wat betreft de gedraaide blaadjes, alleen zijn de blaadjes spitser en fijner verdeeld dan bij deze soort. De bladsteel is lichtgroen en ijl bezet met kleine, eenkleurige, strobruine schubben.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0
Ook met Brede stekelvaren (Dryopteris x deweveri) is een bastaard mogelijk.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 30-80 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Joseba Garmendia -
CC BY 3.0


Daderot -
CC0

Wortels: Een korte, kruipende en vertakte wortelstok.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Lichtgroene stengels met, vooral onderaan, weinig vliezige, doorzichtige, lichtbruine schubben zonder een donkere middenstreep (minder schubben dan Brede stekelvaren). De stengels zijn even lang of langer dan het blad.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Wasp32 -
CC BY 4.0

Bladeren: De lichtgroene, meestal langwerpige bladeren worden tot 1 meter lang. Ze staan rechtop, in een stijve bundel, zonder overhangende top en zijn niet of weinig beklierd (een verschil met Brede stekelvaren). De bladspil is meestal niet met schubben begroeid. Het blad is smaller dan dat van Brede stekelvaren (in omtrek is het langwerpig-eirond tot lancetvormig. De bladrand is gezaagd. Meestal overwinteren de bladeren niet.


Omar Pokorni -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Wasp32 -
CC BY 4.0


Wasp32 -
CC BY 4.0

Vruchten: De sporen vind je op de onderkant van de deelblaadjes in twee rijen naast de middennerf. Geen klieren (een verschil et Brede stekelvaren) op het niervormige dekvliesje van de sporenhoopjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


James Lindsey -
CC BY-SA 3.0


Kenraiz -
CC BY-SA 3.0


Wasp32 -
CC BY 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij vochtige tot natte, vrij voedselarme tot vrij voedselrijke, zure tot zwak zure grond. Vaak op plekken met opgehoopte ruwe humus (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, naaldbossen, moerasbossen, elzenbroekbos en beschaduwde greppelkanten), kapvlakten (op stammen en stobben), waterkanten (o.a. langs beken, sloten en beschoeiingen van voormalige zeedijken), vochtige muren, steenglooiingen, moerassen (veenmosrietland en laagveenmoerassen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken in Noord-Amerika en Europa. Oostelijk tot in Midden-Siberië.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied, in Zeeland en in Flevoland.

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzamer in het kustgebied.
Wallonië:
Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall. Deel 7 (1836)


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL