Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Smalle stekelvaren - Dryopteris carthusiana

Frysk: Smelle rintfear

English: Narrow Buckler-fern

FranÁais: Dryoptťris des chartreux

Deutsch: GewŲhnlicher Dornfarn

Synoniemen: Dryopteris spinulosa, Aspidium spinulosum

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dryopteris komt van het Griekse drys of dryos (eik) en pteris (varen), waarmee bedoeld wordt een varen die op een eik kan groeien. Carthusiana betekent van de Kartuizers (een kloosterorde). Stekelvaren dankt zijn naam aan het stekelpuntje op de top van het bladsegment.

Kruisingen: Smalle stekelvaren kan een bastaard vormen met Kamvaren (Dryopteris x uliginosa). De hybride is onvruchtbaar en lijkt sterk op Kamvaren, maar de blaadjes zijn spitser en fijner verdeeld. De bastaard komt voornamelijk voor in veenmosrietland. Ook met Brede stekelvaren (Dryopteris x deweveri) is een bastaard mogelijk.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 30-80 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Joseba Garmendia -
CC BY 3.0


Daderot -
CC0

Wortels: Een korte, schuine, kruipende en vertakte wortelstok.


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Lichtgroene stengels met, vooral onderaan, weinig vliezige, doorzichtige, lichtbruine schubben zonder een donkere middenstreep (minder schubben dan Brede stekelvaren). De stengels zijn even lang of langer dan het blad. De bladsteel heeft 5 ronde, periferische vaatbundels (2 boven, 3 beneden).


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Wasp32 -
CC BY 4.0

Bladeren: De lichtgroene, meestal langwerpige bladeren worden tot 1 meter lang. Ze staan rechtop, in een stijve bundel, zonder overhangende top en zijn niet of weinig beklierd (een verschil met Brede stekelvaren). De bladspil is meestal niet met schubben begroeid. Het blad is smaller dan dat van Brede stekelvaren (in omtrek is het langwerpig-eirond tot lancetvormig. De bladrand is gezaagd. De bladen zijn aan de voet dubbelgeveerd met veerspletige blaadjes tot bijna viervoudig geveerd, zij zijn naar de voet weinig versmald. Meestal overwinteren de bladeren niet, maar sommige bladen overwinteren wel.


Omar Pokorni -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Wasp32 -
CC BY 4.0


Wasp32 -
CC BY 4.0

Vruchten: De sporen vind je op de onderkant van de deelblaadjes in twee rijen naast de middennerf en vrij ver uiteen. Er zijn geen klieren (een verschil met Brede stekelvaren) op het niervormige dekvliesje van de kleine sporenhoopjes. De sporangien zijn bruin of bijna zwart. Het dekvliesje blijft lang.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


James Lindsey -
CC BY-SA 3.0


Kenraiz -
CC BY-SA 3.0


Wasp32 -
CC BY 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij vochtige tot natte, vrij voedselarme tot vrij voedselrijke, zure tot zwak zure grond. Vaak op plekken met opgehoopte ruwe humus (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, naaldbossen, moerasbossen, elzenbroekbos en beschaduwde greppelkanten), kapvlakten (op stammen en stobben), waterkanten (o.a. langs beken, sloten en beschoeiingen van voormalige zeedijken), vochtige muren, steenglooiingen, moerassen (veenmosrietland en laagveenmoerassen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken in Noord-Amerika en Europa. Oostelijk tot in Midden-SiberiŽ.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied, in Zeeland en in Flevoland.

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzamer in het kustgebied.
WalloniŽ:
Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall. Deel 7 (1836)


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL