Wilde planten in Nederland en België

Smalle waterweegbree - Alisma gramineum

Frysk: Smel kikkertsblêd

English: Ribbon-leaved Water-plantain

Français: Plantain d'eau à feuilles de graminée

Deutsch: Grasblättriger Froschlöffel

Synoniemen: Alisma graminifolium, Smalbladige waterweegbree

Familie: Alismataceae (Waterweegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Alisma komt van het Keltische alis (water), dus een waterplant. Gramineum betekent grasachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 15-80 cm.


Heorhii Bondarenko -
CC BY-NC 4.0


Sarah Vinge-Mazer -
CC BY-NC-SA 4.0


Karelj -
CC BY-SA 3.0


Eduard Garin -
CC BY-NC 4.0

Wortels


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


imago.indiana.edu -
CC BY-NC 3.0


midwestherbaria.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Rechtopstaande bloeistengels.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Samuel Brinker -
CC BY-NC 4.0


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


anaarenaria -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De bladeren vormen rozetten. De onderwaterbladeren zijn lintvormig, vrij donker groen en worden tot 1 cm breed en tot 70 cm lang. Aan de top zijn ze in een driehoekige punt versmald. De luchtbladeren hebben een smal spatelvormige bladschijf, die geleidelijk in de steel versmald. Meestal hebben ze een vrij stompe top.


Елена Алексеевна Р. -
CC BY-NC 4.0


Heorhii Bondarenko -
CC BY-NC 4.0


Динасафина -
CC BY-NC 4.0


duch -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen kunnen zowel onder water (ze gaan dan niet open) als op het land bloeien en vruchtzetten. De bloempluim is vaak breder dan hoog. Na de bloei knikken de pluimtakken soms iets terug. De 4-7 mm grote bloemen zijn wit en soms hebben ze een paars aangelopen rand. De kroonbladen zijn langer dan de kelk. De stij lis omgekruld.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Sergio Montanari -
CC BY-NC-ND 4.0


duch -
CC BY-NC 4.0


Daniele Saiani -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De nootjes zijn 2-2,75 mm en hebben twee groeven op de rug. Eenzaadlobbig.


Sergio Montanari -
CC BY-NC-ND 4.0


Bram van Vliet -
CC BY-NC-ND 4.0


Kjell Nilsen -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in of en langs stilstaand of zwak stromend, ondiep (tot 70 cm), matig voedselrijk tot voedselrijk, maar weinig of niet verontreinigd, zoet of zwak brak, kalkhoudend, helder water met een bodem van klei en soms veen of humeus zand.

Groeiplaatsen: Waterkanten en water (in meestal wat grotere plassen aan de buitenrand van de oevervegetatie, in en langs sloten tussen bollenvelden, sloten langs spoorwegen, wielen en kleigaten), zeeduinen (infiltratiegebieden) en opgespoten grond (natte delen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest in Zuid-Holland en in het rivierengebied.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Zeer zeldzaam in het Maasgebied (op één plek).

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL