Wilde planten in Nederland en België

Smal streepzaad - Crepis tectorum

Frysk: Ikkerkêdeblom

English: Narrow-leaved Hawk’s-beard

Français: Crépis des toits

Deutsch: Dach-Pippau

Synoniemen: Akkerstreepzaad, Dakstreepzaad

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Streepzaad is afgeleid van de vele ribben op het zaad. Crepis komt van het Griekse krepis (schoenzool) en slaat op de plat op de bodem liggende wortelbladen. De soortaanduiding tectorum (van de daken) slaat op het voorkomen van Smal streepzaad ln Scandinavië op plaggen, die als dakbedekking werden gebruikt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 7-60 cm.


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Joshua Mayer -
CC BY-SA 2.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Een lange penwortel.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De grijsgroene stengels zijn bebladerd en vertakt. Vooral naar boven toe zijn ze iets vlokkig behaard.


Matti Virtala -
CC0


© Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0


© Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0


Pete Curtis - minneflora.com -
CC BY-NC 3.0

Bladeren: De rozetbladen zijn getand tot veerspletig of soms liervormig. De stengelbladen hebben naar beneden gerolde randen. Deze bladen zijn lijnvormig, bochtig getand tot gaafrandig, zittend en meestal kaal.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Pete Curtis - minneflora.com -
CC BY-NC 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De talrijke bloemhoofdjes groeien in losse pluimen. De hoofdjes zijn 1-2 cm breed en meestal min of meer bekervormig. De lintbloemen zijn lichtgeel, ook aan de onderkant. De stijlen zijn bruinachtig groen. Het omwindsel is lijnvormig-langwerpig, grijsviltig en vaak iets beklierd. De buitenste omwindselbladen staan min of meer af. De binnenste zijn aan de binnenkant behaard.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Julcatai -
CC BY-SA 3.0


Fornax -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De fijnstekelige zaadjes zijn ongeveer 3 mm lang. Ze hebben tien ribben. Eerst zijn ze geel, dan oranje en tenslotte worden ze donkerbruin. Het vruchtpluis is wit. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Gerhard Nitter -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, meestal kalkarme, vaak omgewerkte, zandige grond (zand, soms op klei).

Groeiplaatsen: Akkers (akkers en akkerranden), bermen, dijken, grasland, muren, ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten), langs spoorwegen (spoorbermen), bouwterreinen, haventerreinen, industrieterreinen en zeeduinen (verstoorde plekken).

Verspreiding

Wereld: Noord-Azië en Europa, behalve in de meest westelijke en zuidoostelijke delen. Ingeburgerd in Australië en Noord-Amerika.

Nederland: Zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Na 1972 slechts op één plaats gevonden. Waarschijnlijk alleen adventief.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL