Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Spits havikskruid - Pilosella  lactucella

Frysk:

English:

FranÁais: EperviŤre petite-laitue

Deutsch: ÷hrchen-Habichtskraut

Synoniemen: Hieracium lactucella, Pilosella lactucella subsp. lactucella, Hieracium auricula

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hieracium komt van het Griekse hierax (havik). De Oude Grieken meenden, dat de havik van deze planten gebruik maakte, om zijn gezichtsvermogen te versterken. Lactucella is het verkleinwoord van Lactuca (sla).

Kruising: Spits havikskruid kan een kruising vormen met Muizenoor (Hieracium x schultesii). Kenmerk: Geen zwarte klierharen, bladen blauwachtig groen, plant laag.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni, maar soms ook in juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 2-30 cm.


© Otto Zijlstra - verspreidingsatlas.nl


Liuthalas -
CC BY-SA 3.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Wortels


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0


Maurizio Gobbato -
CC BY-NC-ND 4.0


Maurizio Gobbato -
CC BY-NC-ND 4.0


Maurizio Gobbato -
CC BY-NC-ND 4.0

Stengels: De stengels zijn dun, worden tot 20 cm lang en zijn vaak begroeid met sterharen en/of korte klierharen. Aan of nabij de stengelvoet zit ťťn blad of er zijn daar helemaal geen bladeren. Met uitlopers.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De blauwachtig groene rozetbladen en de uitloperbladen zijn opgericht (als oren). Ze zijn smal spatelvormig en meestal spits. Ze zijn alleen aan de voet of rand behaard, maar zonder sterharen. De uitloperbladen worden naar boven toe steeds groter.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes staan met twee tot vijf bij elkaar aan de stengeltop. De lintbloemen zijn geel en van onderen niet rood gestreept. De hoofdjes zijn kleiner dan die van Muizenoor.


© Otto Zijlstra - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, open plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, zwak zure tot zure grond (leem, klei en veen).

Groeiplaatsen: Grasland (schraal grasland, grazige hellingen en glooiend weiland langs beekjes), bermen, terreininsnijdingen, rivierdijken, bossen (open plekken), bosranden, hakhoutbosjes, langs spoorwegen (spoorbermen) en braakliggende akkers.

Verspreiding

Wereld: Midden-Europa, westelijk tot in Nederland en BelgiŽ. Niet in Groot-BrittanniŽ en in de meest zuidelijke, westelijke en noordoostelijke streken van Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam in Limburg en in het oosten en midden van het land. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL