Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Sporkehout - Rhamnus frangula

Andere namen

Frysk: Sprakelhout

English: Alder Buckthorn

Français: Bourdaine

Deutsch: Faulbaum

Verouderde of andere namen: Frangula alnus, Vuilboom, Byspilehout

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rhamnaceae (Wegedoornfamilie)

Geslacht: Rhamnus (Vuilboom)

Soort: Rhamnus frangula

Naamgeving (Etymologie): Rhamnus komt misschien van het Griekse rabdos (roede), hetgeen zou slaan op de buigzaamheid van de takken, maar volgens anderen is het afgeleid van het Griekse ramnos (doornstruik) of van het Keltische ram (struik). Frangula komt van het Latijnse frangere (breken) naar de vele gemakkelijk breekbare takjes (denk aan ons woord fragiel).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik of boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 1½-5 meter.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Sanja565658 - CC BY-SA 3.0


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0

Stam: Het hout is geel. De bast is donker paarsbruin.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Teun Spaans - CC BY-SA 3.0


Yoan Martin - CC BY-SA 2.0 FR

Takken: De zijtakken staan verspreid. Takken zonder dorens.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande bladeren hebben een korte steel. Ze zijn glanzend groen. De jonge bladeren zijn aan de onderkant behaard. De bladeren hebben zeven tot negen paar nerven, een gave rand en zijn eirond met een toegespitste top en een wigvormige voet. De grootste breedte zit meestal iets boven het midden. Ze zijn 2-5 cm lang. De bladknoppen hebben geen knopschub.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De vijftallige bloemen vormen samen armbloemige kluwens, met één tot tien bloemen, in de oksels van de bovenste bladeren van de jongere takken. De bloemen worden ongeveer 5 mm groot. Ze zijn groenig en van binnen witachtig. Elke bloem heeft vijf meeldraden  en één stijl  met stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een steenvrucht. De bessen zijn 0,6-1 cm. Eerst zijn ze lichtgroen, later  worden ze helderrood en tenslotte zwart. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op op vochtige tot natte, maar soms wat drogere, voedselarme, meestal zwak zure tot zure grond. Vaak op plekken met enige ophoping van ruwe humus, maar soms op vrij droge, open zandgrond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en moerasbossen), bosranden, struwelen, heggen, kreupelhout, kapvlakten, heide, zeeduinen, moerassen (laagveenmoerassen en niet meer gemaaid veenmosrietland) en langs spoorwegen (spoorbermen).

Verspreiding

Wereld: Europa, West-Siberië, de Kaukasus en Noordwest-Afrika. Op een aantal plaatsen ingeburgerd in Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Algemeen in het oosten en midden van het land en in Zuid-Limburg en vrij zeldzaam in laagveengebieden en in de Hollandse en Zeeuwse duinen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen in de Kempen. Elders vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in het kustgebied (vrijwel niet in de Polders).
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Zeer algemeen in de Ardennen. Elders vrij algemeen.

Toepassingen

Sporkehout is een langdurig bloeiende drachtplant voor bijen en levert daarnaast ook lange, dunne, rechte twijgen die als spijlen voor bijenkorven te gebruiken zijn. Hierop slaat de Friese naam 'byspilehout'. Het hout van deze struik bevat weinig anorganisch materiaal en levert daardoor een goede houtskool, bruikbaar als tekenkool. De (verpulverde) houtskool werd veel gebruikt als grondstof voor buskruit en voor het maken van lonten, omdat het gelijkmatig en langzaam opbrandt. Tot na de Tweede Wereldoorlog is het hiervoor gebruikt. Verse bessen en schors veroorzaken braken, maar een uit de gedroogde bast gemaakt laxeermiddel kan veilig worden ingenomen. Aan deze eigenschap dankt hij zijn tweede Nederlandse naam, Vuilboom. Uit de schors maakt men natuurlijke gele of bruine kleurstoffen, terwijl de vruchten groene of blauwgrijze kleurstoffen opleveren. Slagers maakten van het harde, gemakkelijk scherp te maken hout vleespennen en men kapt nog wel bomen voor het maken van bonenstaken.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 3 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 3 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra