Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Stekelbrem - Genista anglica

Frysk: Stikelbrem

English: Petty Whin

FranÁais: GenÍt d'Angleterre

Deutsch: Englischer Ginster

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Genista is waarschijnlijk afgeleid van het Keltische gen (een kleine struik). Het kan echter ook verwant zijn met geno of gigno (voortbrengen, de snelle groei), of het is verwant met Grieks voor een mes waarmee men de kaas afkrabt (vanwege de dorens). Anglica betekent Engels.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Dwergstruik.

Winterknoppen: Fanerofyt of chamaefyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni, maar soms ook in juli, augustus en september.

Afmeting: 15-60 cm, zelden tot 90 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Golik -
CC BY-SA 4.0


Jmp48 -
CC BY-SA 3.0


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Takken: De liggende tot rechtoostaande takjes zijn sterk vertakt, vrijwel kaal en meestal stekelig. Deze licht gekromde doorns zijn meestal niet vertakt. De jonge takjes zijn eerst groen, maar verhouten na enige tijd.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Domenico Puntillo -
CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De verspreidstaande, blauwachtig groene blaadjes aan de niet-bloeiende takken zijn langwerpig tot lijnvormig, die aan de bloeiende takken zijn eirond, kleiner dan 1 cm en spits. De bladrand is gaaf. De schutblaadjes zijn ongeveer even groot als de bladen, maar langer dan de bloemstelen.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. Korte, bebladerde trossen met gele, 0,6-1 cm grote bloemen, aan het eind van de takjes. De vlag is 6-8 mm. Deze is korter dan de kiel. De vijftandige kelk heeft vaak aan beide kanten twee steelblaadjes. De tien meeldraden zijn met elkaar vergroeid. De schutbladen zijn ongeveer even groot als de gewone bladen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Een doosvrucht. De 1,2-1,5 cm lange peulen zijn smal, gekromd, kaal en iets opgeblazen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


LoÔc Fasan - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droog tot matig vochtig, voedselarm, onbemest, kalkarm lemig zand (zand, leem of veen).

Groeiplaatsen: Heide (droge heide en dopheidevelden op leem), grasland (laagblijvend schraal grasland), bermen, struwelen (laagblijvend), zeeduinen (duinvalleien) en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Van Portugal tot Schotland en Jutland, niet in Ierland. Ook in de zuidpunt van ItaliŽ. Op een paar plaatsen ingeburgerd in Zweden.

Nederland: Vrij algemeen in het oosten en zuiden, op de Waddeneilanden en in de kalkarme duinen van noordelijk Noord-Holland. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen. Elders veel zeldzamer. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in de Hoge Ardennen. Elders veel zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL