Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Stekende wolfsklauw - Spinulum annotinum

Frysk: Stikelige wolvepoat

English: Interrupted Clubmoss

FranÁais: Lycopode ŗ feuilles de genŤvrier

Deutsch: Sprossender Bšrlapp

Synoniemen: Lycopodium annotinum

Familie: Lycopodiaceae (Wolfsklauwfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam wolfsklauw komt door de gelijkenis met de klauw van een wolf. Spinulum is afkomstig van het Latijnse spinula (stekel). Annotinum betekent van het vorige jaar, weer uitspruitend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 5-10 cm.


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0


Alastair Rae -
CC BY-SA 2.0


Tiia Monto -
CC BY-SA 3.0


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0

Wortels: De stengels wortelen op afstand.


images.cyberfloralouisiana.com -
CC0-1.0


bisque.cyverse.org -
CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De lichtgroene stengels zijn sterk vertakt. Vaak vormt de plant grote matten. De taaie, kruipende stengels kunnen soms meer dan 1 meter lang worden. De zijstengels (vaak meermalen gegaffeld) zijn opstijgend. De plant blijft laag (tot 30 cm).


Kristian Pikner -
CC BY-SA 4.0


Miika Silfverberg -
CC BY-SA 2.0


Jerzy Opiola -
GFDL


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen staan in 5 rijen. De stijve, hard stekelpuntige, smal driehoekige en lijn-lancetvormige bladen worden tot 8 mm lang. Ze staan bijna recht af tot iets naar beneden gericht. Langs de rand zie je enkele korte, stekende tanden, De toegespitste blaadjes hebben geen lange, witte, haarachtige punt. De bladen aan de onderkant van de hoofdstengel zijn niet omhoog gekromd. De bladen aan de gegaffelde takken staan dichter opeen dan die van de stengel.


Pmau -
CC BY-SA 4.0


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: De alleenstaande sporenaren zijn zittend (niet gesteeld), geelachtig en groeien aan het eind van opstijgende zijstengels. De vruchtbare bladen zijn meer kort en breed en hebben een lichtere kleur. Ze zijn breed driehoekig tot eirond, iets gekarteld, lopen in een punt uit (naar buiten buigend) en zonder grove tanden aan de voet. De schutbladen van de sporangien zijn eirond, kort-toegespitst, korter dan de bladen, maar meer dan 2 keer zo lang als de niervormige sporangien, aan de top zijn ze teruggekromd. De sporen zijn lichtgeel.


© Edwin de Weerd - verspreidingsatlas.nl


AfroBrazilian -
CC BY-SA 3.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, voedselarme, zure zandgrond.

Groeiplaatsen: Bossen (naaldbossen, met name dennenbossen en loofbossen, met name berkenbos en zomereikenbos), bosranden, heide en zeeduinen (aan de randen van duinvalleien onder kruipwilg).

Verspreiding

Wereld: Koudere en gematigde streken en in gebergten op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeldzaam in Drenthe, Twente, Zuidoost-Frysl‚n, op Terschelling, Schiermonnikoog en op de Veluwe.

Vlaanderen: Slechts eenmaal gevonden (eind 19de eeuw).
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL