Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Stijf barbarakruid - Barbarea stricta

Frysk: Steil berberkrŻd

English: Small-flowered Winter-cress

FranÁais: Barbarťe raide

Deutsch: Steifes Barbarakraut

Synoniemen:

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam dateert uit de vroege Middeleeuwen, toen planten die in de oudheid niet waren beschreven naar heiligen werden genoemd. Deze plant werd naar Sint Barbara genoemd, een van de veertien heiligen die in nood konden worden aangeroepen. Er zijn ook veel katholieke begraafplaatsen naar haar genoemd. Barbarea is eveneens genoemd naar de heilige Barbara, die in 300 n. Chr. in Nikodema in Klein-AziŽ leefde. Stricta betekent stijf.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 40-90 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn kroezig tot wollig behaard.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Meneerke bloem -
GFDL


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Claude Figureau - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladeren zijn vrijwel kaal. Wortelbladeren met ťťn of twee paar zijslippen en een eivormig-langwerpig eindblaadje. De bovenste bladeren zijn getand, maar niet ingesneden.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Claude Figureau - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De lichtgele bloemen zijn 3Ĺ-6 mm. Op de buitenste twee kelkbladen groeien bovenaan een paar afstaande haren. De 1-1Ĺ mm lange stijl is stomp. De bloemknoppen zijn bovenaan behaard.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De rechtopstaande hauwtjes zijn tegen de stengel aangedrukt. Ze zijn 1Ĺ-3 cm lang en 1Ĺ-2 mm breed. Ze vormen samen een dichte tros. Tweezaadlobbig.


Pieter Stolwijk
- CC BY-NC-SA 3.0 NL


Fabrizio Ciampolini -
CC BY-NC-ND 4.0


Claude Figureau - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, iets open plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke grond (zand, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grienden (vooral gekapte delen), bossen (s winters overstroomde moerasbossen, hogere delen van wilgenbossen en beekbossen), waterkanten en moerassen (langs rivieren, sloten, vaarten, beken, greppels en vijvers), bermen, braakliggende grond, ruigten (natte ruigten), puin en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: West-AziŽ en Oost-, Noord- en Midden-Europa. Westelijk tot in Nederland en BelgiŽ.

Nederland: Vrij algemeen in het rivierengebied, laagveengebieden, plaatselijk in het oosten en midden en in het noordelijk zeekleigebied. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Vrij algemeen. ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL