Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Stijf struisriet - Calamagrostis stricta

Frysk: Seldsum pŻsterreid

English: Narrow Small-reed

FranÁais: Calamagrostide nťgligťe

Deutsch: Moor-Reitgras

Synoniemen: Calamagrostis neglecta

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Calamagrostis komt van het Latijnse calamus (riet) en agrostis, omdat de planten instaan tussen de geslachten riet (Phragmites) en Agrostis. Stricta betekent stijf.

Kruising: Stijf struisriet kan een bastaard vormen met Hennegras (Calamagrostis x gracilescens).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 30-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


© Donald Cameron - gobotany.newenglandwild.org


swbiodiversity.org -
CC0-1.0

Wortels


botanydb.colorado.edu -
CC BY-NC 3.0


fm-digital-assets.fieldmuseum.org -
CC BY-NC 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels hebben twee of drie stengelknopen en zijn niet vertakt.


© Donald Cameron - gobotany.newenglandwild.org


© Jos Hoekerswever -
CC BY-NC-ND 3.0


Max Licher -
CC BY-NC 3.0


Max Licher -
CC BY-NC 3.0

Bladeren: De dofgroene bladeren zijn van boven geribd. Ze zijn ruw, hebben vele zeer korte of langere haren en worden tot 3 mm breed. Vaak blijven ze ingerold. Het tongetje wordt tot 3 mm lang.


© Jaap Rouwenhorst -
CC BY-NC-ND 3.0


© Jos Hoekerswever -
CC BY-NC-ND 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


botanydb.colorado.edu -
CC BY-NC 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is lang en smal en heeft stijf rechtopstaande zijtakken. De kelkkafjes zijn 3-4 mm lang en spits-langwerpig.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Donald Cameron - gobotany.newenglandwild.org


© Michiel Poolman -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


K. Wojciech -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, onbemeste, meestal zwak zure veengrond (laagveen).

Groeiplaatsen: Grasland (ruig hooiland en blauwgrasland), waterkanten en moerassen (trilveen en beekdalmoerassen).

Verspreiding

Wereld: Koudere streken op het noordelijk halfrond, zuidelijk tot in Nederland (een voorpost op meer dan 200 kilometer van het gesloten verspreidingsgebied, dat zuidwestwaarts tot de Elbe gaat). In zuidelijker berggebieden liggen nog enkele groeiplaatsen, o.a. in het Zuid-Duitse Alpenvoorland.

Nederland: Zeldzaam in Noordwest-Overijssel en in Drenthe en Frysl‚n.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL