Wilde planten in Nederland en België

Stijve zegge - Carex elata

Frysk: Steile sigge

English: Tufted Sedge

Français: Laîche élevée

Deutsch: Steife Segge

Synoniemen: Carex hudsonii

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Elata betekent hoog.

Kruising: Carex x turfosa is de bastaard van Stijve zegge en Zwarte zegge. Deze hybride groeit op min of meer natte, open plaatsen in veengebieden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 50-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


martin-bravo -
CC BY-NC 4.0


Andreas Kelager -
CC BY 4.0


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl

Wortel: De wortelstok vormt een dichte, moeilijk te verdelen zode met vele korte uitlopers, die lange bladen dragen en eerst het volgende jaar bloeien.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Dichte pollen vormend. De kale, stijf rechtopstaande stengels zijn scherp driekantig, worden tot 3 mm dik en zijn naar boven toe ruw. Ze zijn langer dan de bladen van de niet bloeiende loten.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De stijve, grijsgroene, 2-7 mm brede bladen hebben ruwe randen, die bij verdroging naar onderen omrollen. De bladen aan de voet van de bloeistengels zijn kort, stijf en hoogstens 3 mm breed. De bladen van niet-bloeiende scheuten zijn breder (tot 5 mm), minder stijf en veel langer. Vaak even hoog als de bloeistengels. De onderste scheden zijn gekield, zonder bladschijf en bleek- tot geelbruin. Ze gaan netvormig rafelen en veranderen tenslotte in een bruine vezelmassa.


Tigerente -
CC BY 2.5


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Nova -
CC BY 2.5




Bram van Vliet - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Het onderste schutblad is meestal veel korter dan de bloeiwijze. Het is bladachtig, heeft nauwelijks een schede of geen schede en omvat met twee zwartachtige, droogvliezige oortjes de stengel. De hogere schutbladen zijn meestal borstelvormig. De bloeiwijze is vrij compact met één tot drie, 2-5(-7) cm lange, overwegend mannelijke aren en daaronder één tot vier, 1½-7 cm lange, overwegend vrouwelijke aren. Bloemen met twee stempels. De aren staan rechtop en zijn niet of zeer kort gesteeld. De vrouwelijke kafjes zijn vaak zwartbruin met een groene middenstreep. Meestal zijn ze korter dan de urntjes. Ze vallen spoedig af. De mannelijke kafjes zijn meestal iets lichter van kleur tot soms roodbruin.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De omgekeerd eironde urntjes zijn 3-5 mm, olijfgroen en sterk afgeplat. Ze zitten dicht als dakpannen opeengepakt en zijn niet gesnaveld. Op de rug zie je vijf tot zeven nerven. Ze vallen snel af. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Alain Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke, meestal zwak zure grond en in ondiep zoet, zelden heel zwak brak water (voornamelijk op zand en laagveen, maar ook wel op leem en rivierklei).

Groeiplaatsen: Bossen (moerasbossen), wilgenstruwelen, houtwallen (langs sloten en greppels), waterkanten en moerassen (o.a. langs greppels, oude afgesneden rivierarmen, in beekdalen en rietland), afgravingen (kleigroeven), grasland (blauwgrasland en beekdalhooiland), zeeduinen (langs duinplasjes en duinvalleien) en heide (langs voedselrijker wordende vennen).

Verspreiding

Wereld: In de Kaukasus, op één plek in Noordwest-Afrika en in Midden- en West-Europa. Zuidelijk tot in Noord-Spanje en Sicilië en noordelijk tot in Zuid-Schotland en Zuid-Scandinavië. In West- en Midden-Azië en in Oost-Europa groeit een andere ondersoort.

Nederland: Vrij algemeen.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen en de Zandstreek. Elders veel zeldzamer.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL