Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Stinkend nieskruid - Helleborus foetidus

Andere namen

Frysk: Stjonkende wrangwoartel

English: Stinking Hellebore

Français: Hellébore fétide

Deutsch: Stinkende Nieswurz

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ranunculales

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Geslacht: Helleborus (Nieskruid)

Soort: Helleborus foetidus

Naamgeving (Etymologie): Helleborus komt van helein (vermoorden of indringen) en bora (voedsel), de plant kan als spijsuitdrijver of purgeermiddel dienen. Volgens anderen is het afgeleid van het Griekse heile (zomerwarmte) en boros (eten). Foetidus betekent stinkend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: Januari, februari, maart, april en mei.

Afmeting: 30-80 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


hasbrouck.asu.edu - CC0-1.0


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


imago.indiana.edu - CC BY-NC 3.0


http://herbariaunited.org

Stengels: Bebladerde stengels met lidtekens aan de stengelvoet.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De wintergroene bladeren omvatten de stengel. Ze zijn handvormig gedeeld met drie tot negen getande, smal lancetvormige, niet ingesneden slippen. Ze worden tot 30 cm lang. De bovenste bladen en schutbladen zijn niet ingesneden of hebben een sterk verkleinde bladschijf. De bladeren ruiken onaangenaam.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. Een rijk vertakte bloeiwijze met drie tot acht bloemen, die bij elkaar groeien in grote kluwens. Ze zijn klokvormig, knikkend, geelachtig groen met een paarse of rode rand, 1-3 cm groot en vijftallig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. Vruchthoofdjes met twee tot vijf (meestal drie) kokervruchtjes. De kokervruchten zijn meer lang dan breed. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Licht beschauwde plaatsen op vrij droge, kalkrijke, matig voedselrijke grond (vaak op ondiepe kalkbodems).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en hellingbossen), bosranden, struwelen en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot in Engeland en België.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam. Het meest in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Ingeburgerd tussen 1975 en 1999.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Vrij algemeen in het Maasdal en zeer zeldzaam in Brabant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra