Wilde planten in Nederland en België

Stinkend nieskruid - Helleborus foetidus

Frysk: Stjonkende wrangwoartel

English: Stinking Hellebore

Français: Hellébore fétide

Deutsch: Stinkende Nieswurz

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Helleborus is de Oud-Griekse naam voor de plant die gebruikt werd tegen geestesziekten. Foetidus betekent stinkend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Hoofdbloei: December t/m maart.

Afmeting: 30-80 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


imago.indiana.edu -
CC BY-NC 3.0


herbariaunited.org

Stengels: Bebladerde, overwinterende stengels met lidtekens aan de stengelvoet.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De wintergroene bladeren omvattende stengel. Ze zijn niet wortelstandig en zijn handvormig gedeeld met (drie-) zeven tot elf getande, smal lancetvormige, niet ingesneden slippen. Ze worden tot 30 cm lang. De bovenste bladen en schutbladen zijn niet ingesneden of hebben een sterk verkleinde bladschijf. De planten ruiken onaangenaam.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. Een rijk vertakte bloeiwijze met drie tot zeven (acht) komvormige bloemen, die bij elkaar groeien in grote kluwens. De bloemdekbladen zijn klokvormig, knikkend, geelachtig groen met vaak een paarse of rode rand, 1-3 cm groot en vijftallig. Ook na de bloei staan ze opgericht.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. Vruchthoofdjes met twee tot vijf (meestal drie) kokervruchtjes. De kokervruchten zijn meer lang dan breed. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Licht beschauwde plaatsen op vrij droge, kalkrijke, matig voedselrijke grond (vaak op ondiepe kalkbodems).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en hellingbossen), bosranden, struwelen en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuid- en West-Europa.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in Zuid-Limburg. Ingeburgerd tussen 1975 en 1999.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd.
Wallonië:
Vrij algemeen. Het meest in het Maasdal.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL