Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Stomphoekig sterrenkroos - Callitriche obtusangula

Frysk: Spatelstjerrekroas

English: Blunt-fruited Water-starwort

FranÁais: Callitriche ŗ angles obtus

Deutsch: NuŖfrŁchtiger Wasserstern

Synoniemen:

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Sterrenkroos houdt verband met de bladrozetjes die in het water op een sterk lijken. Callitriche is afgeleid van het Griekse kallos (schoonheid) en thrix (haar). Een plant waarmee men het haar verfde. Obtusangula betekent stomphoekig of stompkantig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 5-60 cm.


© Bert Lanjouw - verspreidingsatlas.nl


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Edwin Dijkhuis - verspreidingsatlas.nl

Stengels


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De ondergedoken bladeren zijn lijnvormig en diep uitgerand. De twaalf of meer drijvende bladeren vormen een rozet. Ze zijn ruitvormig en kort gesteeld. De bladeren van de landvormen zijn vlezig, geelgroen en elliptisch of smal ruitvormig.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen groeien in de oksels van rozetbladen. Meestal zijn er meer mannelijke bloemen dan vrouwelijke. De meeldradenhebben een brede helmknopen een lange helmdraad. Bij de bloei is deze al een Ĺ cm lang. Daarna groeit de helmdraad nog iets uit, richt zich opzij en kromt iets naar beneden. De schutbladen zijn sikkelvormig.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Giuliano Mereu -
CC BY-NC-ND 4.0


Giuliano Mereu -
CC BY-NC-ND 4.0


Giuliano Mereu -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De vruchten zijn elliptisch, 1Ĺ mm groot, bruin en zwak gekield, maar niet gevleugeld. De stijlen staan rechtop of wijken uiteen. De deelvruchtjes zijn afgerond en worden door ondiepe groeven van elkaar gescheiden. Tweezaadlobbig.


Giuliano Mereu -
CC BY-NC-ND 4.0


Sylvain Piry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in stilstaand of zwak stromend, zoet of brak, matig voedselrijk tot voedselrijk, neutraaal tot vaak kalkrijk water op modderige, minerale tot organische grond (zand, maar het meest klei). Vooral in de ondiepe oeverzone, die al dan niet tijdelijk kunnen droogvallen, maar soms ook in dieper water. Ook in zwak zilt water.

Groeiplaatsen: Water en waterkanten (beken, sloten, poeltjes, greppels, bermsloten, weilandsloten en veedrinkpoelen), grasland (moerassige laagten in weiland) en afgravingen (kleiputten).

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika en Zuid- en West-Europa, zeldzamer in Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, vooral in het westen van het land, in het noordelijk zeekleigebied en in de duinen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest  in de Polders.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL