Strandbiet - Beta vulgaris subsp. maritima

Frysk: Seebyt

English: Sea Beet

Français: Bette maritime

Deutsch: Wildrübe

Synoniemen: Beta maritima

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Beta kan genoemd zijn naar de letter Bèta, een verwijzing naar de vorm van het blad. Het Keltische bett betekent rood, naar de wortelkleur, maar mogelijk is het ook afkomstig uit het Grieks en Latijn: meta dat de spindelvormige knol betekent, of het komt van het Keltische bwyd of biadh (voedsel of voeding). Vulgaris betekent gewoon en maritima van of aan de zee.

Ondersoort: Biet (Beta vulgaris, subsp. vulgaris) is forser (tot meer dan 1 meter) en de rozetbladen zijn groter (tot 30 cm). Biet heeft een hartvormige voet en de bloemkluwens bevatten meer bloemen (tot acht). Biet wordt veel gekweekt en komt ook verwilderd voor.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend, eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 30-80 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: De wortels zijn niet verdikt of weinig verdikt.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De dunne, meestal opstijgende, zelden rechtopstaande stengels zijn kaal en vaak rood aangelopen. Dikwijls vallen de bloeistengels om, waarbij zich in de bladoksels nieuwe rozetten vormen. De top van de stengel buigt bij het verder uitgroeien weer recht omhoog.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De brosse en vlezige rozetbladen worden tot 10 cm lang. Ze zijn glanzend donkergroen, leerachtig, eirond tot hartvormig of langwerpig driehoekig, hebben een gave rand en zijn aan de voet in de bladsteel versmald. Ze kunnen stomp of spits zijn. Vaak sterven ze al tijdens de bloei af. De stengelbladen zijn kleiner en gegolfd.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. Bloemkluwens met één tot drie bloemen. De aar is smal, vertakt en bebladerd. De bloemen zijn groen of roodachtig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Vruchten worden omgeven door de kurkachtig verdikte bloemdekbladen. Ze groeien met een aantal in een kluwen bij elkaar. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Claire Felloni - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke grond (duinzand en stenige plekken).

Groeiplaatsen: Aan de voet en tussen stenen van zeedijken, grazige zeedijken, zeeduinen (aan de voet van duintjes, tussen vloedmerk vermengd met zand en schelpen), tussen rijshout, kiezelstranden, drogere delen van kwelders (schorren) en zandige vloedmerken aan de randen van schorren en zeeweringen, strandvlakten en haventerreinen (havenkommen).

Verspreiding

Wereld: In het Middellandse-Zeegebied, langs de West-Europese kusten en langs de ingang van de Oostzee.

Biet: In alle werelddelen.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Biet: Niet ingeburgerd. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Biet: Niet ingeburgerd. Vrij algemeen.

Wallonië: Niet ingeburgerd. Zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Strandbiet is de stamouder van de gekweekte biet, suikerbiet, enz.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl