Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Strandbiet - Beta vulgaris subsp. maritima

Andere namen

Frysk: Seebyt

English: Sea Beet

Français: Bette maritime

Deutsch: Wildrübe

Verouderde of andere namen: Beta maritima

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Caryophyllales

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Geslacht: Beta (Biet)

Soort: Beta vulgaris ssp. maritima

Naamgeving (Etymologie): Beta kan genoemd zijn naar de letter Bèta, een verwijzing naar de vorm van het blad. Het Keltische bett betekent rood, naar de wortelkleur, maar mogelijk is het ook afkomstig uit het Grieks en Latijn: meta dat de spindelvormige knol betekent, of het komt van het Keltische bwyd of biadh (voedsel of voeding). Vulgaris betekent gewoon en maritima van of aan de zee.

Ondersoort: Biet (Beta vulgaris, subsp. vulgaris) is forser (tot meer dan 1 meter) en de rozetbladeren zijn groter (tot 30 cm). Biet heeft een hartvormige voet en de bloemkluwens bevatten meer bloemen (tot acht). Biet wordt veel gekweekt en komt ook verwilderd voor.
Biet staat meestal op open, zonnige, voedselrijke bodems bestaande uit vooral leem en klei. De eenjarige of tweejarige plant is niet in het wild bekend en is als exoot aangeplant en verwilderd. Het kale of nagenoeg kale taxon staat voor een aantal variëteiten die Strandbiet als stamvader hebben. Bij deze variëteiten zijn de wortels af of niet knolvormig verdikt en verwilderde planten zijn vaak moeilijk te onderscheiden van de Strandbiet. De gekweekte variëteiten zijn voederbiet (voor het vee), snijbiet (het loof van de plant), rode biet en suikerbiet. Deze laatste, pas na 1900 in productie, is een van de meest belangrijke en meest rendabele landbouwgewassen. De stengels van Biet staan recht overeind en zijn vertakt, de bloemen zijn groen met een halfonderstandig vruchtbeginsel en er wordt een rozet gevormd. Alleen in de familie van de Amaranten komt de kleurstof betacyaan voor en hieraan dankt onder andere Rode biet zijn paarsrode kleur.
René van Moorsel, 2015 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend, eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 30-80 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Wortels: De wortels zijn niet verdikt tot verdikt.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De dunne, meestal opstijgende, maar soms rechtopstaande stengels zijn kaal en vaak rood aangelopen. Dikwijls vallen de bloeistengels om, waarbij zich in de bladoksels nieuwe rozetten vormen. De top van de stengel buigt bij het verder uitgroeien weer recht omhoog.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De brosse rozetbladen worden tot 10 cm groot. Ze zijn glanzend donkergroen, leerachtig, eirond tot hartvormig of langwerpig driehoekig, hebben een gave rand en zijn aan de voet in de bladsteel versmald. Vaak sterven ze al tijdens de bloei af. De stengelbladen zijn kleiner en gegolfd.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Bloemen: Tweeslachtig. Bloemkluwens met één tot drie bloemen. De aar is smal, vertakt en bebladerd. De bloemen zijn groen of roodachtig.


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be


http://www.kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Vruchten worden omgeven door de kurkachtig verdikte bloemdekbladen. Ze groeien met een aantal in een kluwen bij elkaar. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Sten  - CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke grond (duinzand en stenige plekken).

Groeiplaatsen: Aan de voet en tussen stenen van zeedijken, grazige zeedijken, zeeduinen (aan de voet van duintjes, tussen vloedmerk vermengd met zand en schelpen), tussen rijshout, kiezelstranden, drogere delen van kwelders (schorren) en zandige vloedmerken aan de randen van schorren en zeeweringen, strandvlakten en haventerreinen (havenkommen).

Verspreiding

Wereld: In het Middellandse-Zeegebied, langs de West-Europese kusten en langs de ingang van de Oostzee.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam langs de kust in Zeeland, Zuid-Holland, langs de afsluitdijk en op de Waddeneilanden. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.
Biet (Beta vulgaris, subsp. vulgaris) komt verwilderd voor, maar is niet ingeburgerd.

Strandbiet

verspreidingsatlas.nl

Biet (Beta vulgaris, subsp. vulgaris)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen vlak langs de kust. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.
Rode lijst. Zeer zeldzaam.


Wallonië: Niet in Wallonië.

Wetenswaardigheden

Strandbiet is de stamouder van de gekweekte biet, suikerbiet, enz.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra