Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Strandsla - Lactuca tatarica

Frysk: Blauslaad

English: Blue Lettuce

FranÁais:

Deutsch: Tataren-Lattich

Synoniemen: Lactuca pilchella, Mulgedium tataricum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lactuca komt van lac (melk) en duco (voeren), naar het melksap, dat de planten bevatten. Tatarica is afgeleid van Tatarije (in Midden-AziŽ en Rusland ten oosten van de rivier de Don).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-150 cm.


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0

Wortels: Soms met dunne, ondergrondse uitlopers.


botanydb.colorado.edu -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande, blauwgroene stengels zijn bovenaan vertakt. Ze zijn nauwelijks behaard.


OldMuzzle -
CC BY-SA 3.0


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: De onderste bladeren zijn veerspletig, kort gesteeld en met terugwijzende slippen. De bovenste bladeren zijn langwerpig, zittend en stengelomvattend.


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De vele bloemhoofdjes vormen grote pluimen. De paarsblauwe hoofdjes zijn 1,8-2,6 cm. Het omwindselblad heeft rode puntjes.


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Marko Vainu -
CC BY-SA 3.0


© Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn geelachtig tot zwart met wit vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


swbiodiversity.org -
CC0-1.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, vaak brakke grond (duinzand).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, ruderale plaatsen, waterkanten (rivieroevers) en zeeduinen (langs duindoornen en tussen aanspoelsel).

Verspreiding

Wereld: Een steppeplant uit Oost-Europa, AziŽ en Noord-Amerika. Nu ook westelijker in Europa.

Nederland: Sinds 1967 groeide de plant op Rottumerplaat, maar is daar nu weer verdwenen. Daarna nog zeer zeldzaam elders aangetroffen.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL