Struikaster - Baccharis halimifolia

Andere namen

Frysk:

English: Tree Groundsel

Français: Baccharis à feuilles d'arroche

Deutsch: Kreuzstrauch

Verouderde namen: Kruisstruik

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae

Geslacht: Baccharis

Soort: Baccharis halimifolia

Naamgeving (Etymologie): Baccharis is afgeleid van het Griekse bakkaris (een geurige wortel). Halimifolia betekent met blad als Halimus.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Halfstruik, struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september en oktober.

Afmeting: 1-3 meter, zelden tot 6 meter.


Daderot - Public Domain


James H. Miller en Ted Bodner - CC BY 3.0


Globetrotter19 - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels


mam.ansp.org - CC BY-NC 3.0

Takken: Een snelle groeier. Een matig uitstaande struik.


James H. Miller en Ted Bodner - CC BY 3.0


David J. Stang - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn meestal ruitvormig tot omgekeerd eirond, groen zilverachtig van kleur en met een leerachtige textuur. Ze zijn voornamelijk in de bovenste helft grof getand en hebben aan beide zijden kleverige, zittende klieren. Een bladverliezende struik.


James H. Miller en Ted Bodner - CC BY 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Er zijn echter ook planten met uitsluitend mannelijke of uitsluitend vrouwelijke bloemen. De buisvormige bloemen zijn witachtig tot geelwit. De 0,5-1 cm lange hoofdjes vormen groepjes van drie tot acht in een wijd vertakte bloeiwijze. Ze groeien aan het uiteinde van de takken van de plant (eindstandige bloemhoofdjes). De groene omwindselbladen zijn meerrijig. De binnenste zijn roodgerand. Een windbestuiver.


Bob Peterson - CC BY-SA 2.0


Consultaplantas - CC BY 3.0


Katja Schulz - CC BY 2.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Na de bloei krijgt het bloemhoofdje een penseelvormig uiterlijk. De weinige pappusharen zijn aan de top lang geveerd. Verspreiding van de zaden gaat via de wind. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Dcrjsr - CC BY 3.0


Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge, kalkrijke, vaak stuivende grond (zand, grind en niet te zware klei). Windbestendig en zouttolerant.

Groeiplaatsen: Op vloedmerken, in periodiek onderlopend grasland, hoge kwelders, duinen (primaire duintjes en duinstruikgewas), stranden, heggen, opgespoten terreinen en braakliggende akkers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk langs de Atlantische kust van Noord-Amerika en het noordoostelijk deel van de Golf Van Mexico. In Europa werd struikaster waarschijnlijk voor het eerst in 1683 als sierplant geïntroduceerd in Frankrijk.

Nederland: Sinds 2003 op Goeree. Mogelijk inburgerend langs de kust.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Voor het eerst in het wild waargenomen in 1948 in Oostende. Op een aantal plaatsen ingeburgerd langs de kust.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen en wetenswaardigheden
Vroeger vaak toegepast in siertuinen en in de duinen. Vandaaruit verwilderd in met name Zuidwest-Europa. De verwildering heeft in Spanje en Frankrijk al problemen veroorzaakt. De zaadproductie is erg groot en de lichte zaden kunnen door de wind ver verspreid worden. Struikaster dringt aldus natuurgebieden binnen. Het stuifmeel allergische reacties verorzaken. De zaden en de bladeren zijn giftig en zelfs dodelijk voor schapen.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra