Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Struisvaren - Matteuccia struthiopteris

Frysk: Skrobberfear

English: Ostrich Fern

FranÁais: FougŤre allemande

Deutsch: StrauŖenfarn

Synoniemen: Bekervaren

Familie: Onocleaceae (Bolletjesvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Matteuccia is genoemd naar de Italiaan Charles Matteucci (1800-1868). Hij was hoogleraar in de fysica aan de universiteit van Florence. Struthiopteris komt van strouthos (struisvogel) en pteris (varen).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 35-150 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: De korte, dikke wortelstok staat rechtop en komt iets boven de grond uit. Met lange uitlopers, waar aan de uiteinden weer nieuwe planten groeien.


lod.ansp.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


plantdata.bio.cmich.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Onvruchtbare bladeren hebben een zeer korte steel, vruchtbare bladeren een langere steel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kropsoq -
CC BY-SA 3.0


Apple2000 -
CC BY 3.0

Bladeren: De bladeren groeien dicht bij elkaar in een bundel. De zeer kort gesteelde onvruchtbare bladeren groeien aan de buitenkant. Ze zijn geveerd, smal langwerpig, naar de top versmald, worden tot 1Ĺ meter lang en met aan beide kanten van de middennerf dertig tot vijftig bladparen. Vruchtbare bladeren verschijnen later in het hart van de bundel. Ze staan stijf rechtop, zebben een langere steel, worden ongeveer 0,5 meter lang en zijn eerst groenachtig, maar worden later donkerbruin. Alleen de vruchtbare bladeren overwinteren..


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: De sporenhoopjes vind je in groepjes van drie tot vijf op de zijnerven. Het dekvliesje scheurt aan de rand in.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0


Andreas Egger -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde, vaak open plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke grond, vooral op plaatsen met kwel.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en parkbossen), bosranden (vooral grenzend aan grasvelden) en tuinen.

Verspreiding

Wereld: Op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk verwilderd vanuit tuinen. Ingeburgerd tussen 1975 en 1999

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL