Wilde planten in Nederland en België

Taxus - Taxus baccata

Frysk: Taksis

English: Yew

Français: If

Deutsch: Eibe

Synoniemen: IJf, Gewone taxus

Familie: Taxaceae (Taxusfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Taxus stamt mogelijk uit het Sanskriet: taxs (behouwen of bewerken). Taksh-aka is een boom, waarvan uit het hout de beste bogen werden gemaakt. Het kan ook afstammen van het Griekse taxon (boog), omdat het hout eveneens voor bogen gebruikt werd, maar het zou ook kunnen zijn afgeleid van toxon (giftig), naar het gebruikt als pijlgif. Het gif van Taxus houdt, net zo als Digitalis, de werking van het hart tegen. Baccata betekent bes.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom of struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: Februari, maart, april en mei.

Afmeting: 3-18 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een diepgaand wortelstelsel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stam: Een piramidevormige boom, die vanaf de voet vertakt is. De dunne, schilferende schors is eerst roodbruin, maar wordt later later grijsbruin. Het hout is rood, welriekend, zeer hard en dicht en niet of weinig harsachtig hout (het spint is geelwit). De stam groeit zeer langzaam in de dikte. De bast is erg giftig, evenals het blad.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De boom is sterk vertakt met afstaande, kantige takjes. Jonge takken zijn heldergroen, maar in het tweede jaar worden ze bruin.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande, wintergroene en kortgesteelde naalden zijn meestal 1-1½ cm lang en 2-3 mm breed. Ze zijn glanzend donkergroen, maar van onderen lichter groen, lijnvormig, vlak, toegespitst, eennervig enzonder harsgangen. Ze groeien schijnbaar in twee rijen. Gemiddeld blijven ze acht jaren aan de struik of boom.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De bloemen zijn groen, zitten aan korte, aan de voet slechts lichtbruine schubben dragende zijtakjes van takken van het vorig jaar. Mannelijke bloeiwijzen zijn klein, bijna bolrond tot langwerpig, kortgesteeld en lichtgeel. Ze bestaan uit een soort geelachtige kegeltjes, die in de oksels van naalden aan jonge twijgen groeien. Ze bevatten zes tot veertien gele meeldraden. Vrouwelijke bloemen groeien alleen of in paren. De vrouwelijke bloeiwijzen bestaan uit een spilletje met schubben en dragen bovenaan een " eitje" , waarvan het poortje uit de schubben steekt en een druppel vocht draagt om het stuifmeel vast te houden.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een bekervormige kegelbes. Het "eitje" ontwikkelt zich tot een rechtopstaand, recht, benig zaadje met meestal 2 zaadlobben, dat door een vlezige, boven open, zaadmantel grotendeels is omgeven. De afgeknot ronde, vlezige schijnvrucht van ongeveer 1 cm bevat één zaadje en is meestal rood, zelden geel. De zaden zijn zeer giftig, maar het vruchtvlees niet. Vogels eten de besachtige vruchten en via hun uitwerpselen worden de niet verteerde harde zaden verspreid. Naaktzadig (naaldboom).


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Giftigheid: Zeer giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot soms zwaar beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, goed doorluchte, matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende, humeuze grond (leem en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke loofbossen), struwelen, heggen, waterkanten (langs bosbeken), rotsen, steile stenige hellingen, begraafplaatsen, parken, in spleten van oude muren en zeeduinen (binnenduinbossen).

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Europa, maar niet in het uiterste noorden..

Nederland: Oorspronkelijk zeer zeldzaam inheems bij Boekelo, Winterswijk en op een paar plaatsen in Twente. Tegenwoordig algemeen.

Vlaanderen: Waarschijnlijk als inheemse soort verdwenen. Op veel plaatsen verwilderd en ingeburgerd.
Wallonië:
Zeldzaam inheems in het Maasgebied. Elders hier en daar ingeburgerd.

Toepassingen

Het oranjebruine hout is zeer buigzaam en werd gebruikt voor het maken van handbogen. Vroeger was het in Europa op veel plaatsen een heilige boom.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL