Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Tengere rus - Juncus tenuis

Frysk: Reedrusk

English: Slender Rush

FranÁais: Jonc grÍle

Deutsch: Zarte Binse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): uncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Tenuis betekent dun of fijn.

Ondersoort: Juncus tenuis subsp. anthelatus

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.of vaste plant met de winterknoppen op of iets onder de grond, zodat deze worden beschermd door deribben

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 10-90 cm.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Het scheefstaande wortelstokje is kort en gedrongen.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Stengels: De rechtopstaande, dunne stengels zijn taai, staan dicht op elkaar en hebben lange, grasachtige, rechtopstaande bladeren aan de voet. Tengere rus vormt dichte pollen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


AnRo0002 -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn grasgroen tot geelgroen, zonder glanzende middenstreep. De bladschede is lichtbruin en verweert tenslotte tot vezels. De bladschijf is grasachtig en wordt tot 1Ĺ mm breed.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is tamelijk rijkbloemig, vaak min of meer samengetrokken of soms losbloemig en wordt tot 20 cm lang. Vaak steken ťťn of twee schutbladen boven de bloeiwijze uit. De zes bloemdekbladen hebben drie nerven. Ze zijn strokleurig met een vliezige rand. Onderling zijn ze ongeveer even lang en hebben een maximaal 0,5 cm lange, langwerpige, zeer spitse top. Bloemen met zes meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl met drie stempels.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een driezadige, eivormige doosvrucht. De bloemdekbladen steken boven de vrucht uit. De zaden zijn kleverig. Ze zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Valentine Kalwij- verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vrij open, verstoorde plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure, kalkarme en vaak humusarme, verdichte grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Heide, bossen (langs bospaden), bermen (onverharde wegen), karrensporen, tussen straatstenen, langs spoorwegen (tussen sintels van spoorwegterreinen), zeeduinen en waterkanten (langs greppels en droge sloten).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika en mogelijk ook uit Ierland en Schotland. Sinds het begin van de 19de eeuw heeft deze rus zich over andere delen van de wereld verspreid. Het komt nu voor in West- en Midden-Europa, in Oost-AziŽ, AustraliŽ, Nieuw-Zeeland, Zuid-Amerika en op de Azoren.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam op kleigronden. Voor het eerst gevonden in 1821 bij De Bilt.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in de Kempen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL