Wilde planten in Nederland en België

Tere stekelvaren - Dryopteris expansa

English: Spreading Wood Fern

Français: Dryoptéris élargi

Deutsch: Feingliedriger Wurmfarn

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Synoniemen:

Naamgeving (Etymologie): Dryopteris komt van het Griekse drys of dryos (eik) en pteris (varen), waarmee bedoeld wordt een varen die op een eik kan groeien. Expansa betekent uitgebreid. Stekelvaren dankt zijn naam aan het stekelpuntje op de top van het bladsegment.

Opmerking: Tere stekelvaren lijkt zeer sterk op Brede stekelvaren. De soort is vrijwel alleen d.m.v. microscopisch onderzoek te identificeren.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 50-120 (150) cm.


Joan Simon -
CC BY-SA 2.0


halem -
CC BY-NC 4.0


IdaBokmal -
CC0


Petr Filippov -
CC BY 3.0

Wortels: De opstijgende tot rechtopstaande wortelstok is niet of weinig vertakt.


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0

Stengels: De vrij dikke, zwartbruine bladsteel is dicht beschubd. De bleek- tot roodbruine schubben zijn groot en stevig en hebben een donkerbruine middenstreep en lichtere, doorschijnende randen. De steel is meestal iets korter dan de rest van het blad.


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Krzysztof Golik -
CC BY-SA 4.0


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De donkergroene bladeren worden soms tot 1½ meter lang en vormen samen trechtervormige tot losse bundels. Bovenaan hangen ze iets over. Meestal zijn ze beklierd en driehoekig, afnemend twee tot vier keer geveerd. De deelblaadjes hebben een korte steel. Ze zijn smal driehoekig tot langwerpig en staan verder uit elkaar dan de blaadjes van Brede stekelvaren. Ze zijn relatief lang toegespitst en vaak iets sikkelvormig gebogen. Tanden met stekelpuntjes. In de winter sterven de bladeren af.


Joan Simon -
CC BY-SA 2.0


Petr Filippov -
CC BY 3.0


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Aan de onderkant van de deelblaadjes zie je veel 0,5 – 1 mm grote sporendoosjes. Het dekvliesje heeft vaak een beklierde rand.


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Maurizio Broglio -
CC BY-SA 4.0


Chloe and Trevor -
CC BY-NC 4.0


gyng -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure tot zure grond (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (langs bosgreppels).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeer zeldzaam. Slechts op een enkele plek met zekerheid gevonden.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL