Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Tijmbremraap - Orobanche alba

Andere namen

Frysk:

English: Thyme Broomrape

Français: Orobanche du thym

Deutsch: Weiße Sommerwurz

Verouderde of andere namen: Orobanche epithymum

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Orobanchaceae (Bremraapfamilie)

Geslacht: Orobanche (Bremraap)

Soort: Orobanche alba

Naamgeving (Etymologie): Orobanche komt van het Griekse orobus (peulvrucht) en anchoo (wurgen). Het wurgen slaat op het onttrekken van voedingsappen uit de voedsterplant. Alba betekent wit.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Parasiet.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-30 cm.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0 at


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0 at


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0 at


François Goglins - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengel is roodbruin en klierachtig behaard. De stengelvoet is iets verdikt.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0 at


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


MarkusHagenlocher - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De schubbladen en schutbladen zijn lancetvormig en toegespitst.


Bernd Haynold - CC BY 2.5


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


François Goglins - CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De naar kruidnagel geurende, rechtopstaande bloemen zijn wit, geelachtig of soms paarsrood en worden 1,5-2,5 cm. De middelste lob van de onderlip is langer dan de zijlobben. De onderlip heeft een klierachtig behaarde zoom. De helmdraden zijn dicht klierachtig behaard en de stempels zijn paars of rood.


Maarten Sepp - GFDL


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold - CC BY 2.5


Bernd Haynold - CC BY 2.5

Vruchten: Een doosvrucht met zeer kleine zaden. Tweezaadlobbig.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Alain Bigou - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op droge, kalkrijke grond. Tijmbremraap parasiteert voornamelijk op tijmsooorten, maar kan ook voorkomen op andere soorten uit de lipbloemenfamilie.

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland), rotshellingen en soms in lichte bossen.

Verspreiding

Wereld: West-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Zweden, België en Groot-Brittannië.


gbif.org

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Zeer zeldzaam in de zuidelijke Ardennen.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra