Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Timoteegras - Phleum pratense subsp. pratense

Andere namen

Frysk: Timkegers

English: Timothy

Français: Fléole des prés

Deutsch: Wiesen-Lieschgras

Verouderde of andere namen: Gewoon timoteegras

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Phleum (Doddegras)

Soort: Phleum pratense ssp. pratense

Naamgeving (Etymologie): Phleum komt van het Griekse phleos (bast) of pheleos (overvloeien). De plant werd tegen oorloop gebruikt. De naam is vroeger gegeven aan een ander gras (Ampelodesmus tenax), waarvan de stengels voor vlechtwerk werden gebruikt. Pratense betekent in weiden groeiend.

Ondersoort: De andere ondersoort is Klein timoteegras (Phleum pratense subsp. serotinum).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-150 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Daderot - CC0


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Notafly - CC BY-SA 3.0

Wortels: Soms met ondergrondse uitlopers.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


John Milne and Sons - No restrictions


CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengelvoet kan al of niet verdikt zijn en soms raapvormig. Rechtopstaande stengels, maar soms kruipt een deel van de bebladerde stengels en vormt zo uitlopers. Timoteegras groeit in pollen.


Roberto Bottinelli - CC BY-NC-ND 4.0


Matti Virtala - CC0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Lazaregagnidze - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De lichtgroene bladen zijn ruw, 3-8 mm breed en hebben vaak een enigszins golvende rand. Het tongetje is 3-5 mm lang.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De grof aanvoelende, 5-30 cm lange en 0,5-1 cm brede aar-pluim is aan de voet plotseling afgeknot. De pluim is geelachtig tot donkergroen en heeft zeer korte zijtakken. De aartjes zijn langwerpig-hartvormig. De kelkkafjes zijn niet met elkaar vergroeid. Ze zijn ruig gewimperd, aan de top plotseling afgeknot en in een 1-3 mm lange, iets naar buiten gebogen naaldvormige spits versmald. Ze zijn twee tot vier keer zo lang als de kafnaalden. De helmknoppen zijn iets paarsig. Elke bloem heeft drie meeldraden  en één stijl  met twee stempels.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Cor Nonhof- CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Rasbak - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, maar niet te zwaar bemeste grond (allerlei grondsoorten).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland en weiland), bermen en dijken.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.


gbif.org

Nederland: Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Algemeen.

Toepassingen en wetenswaardigheden

Timoteegras is waarschijnlijk ontstaan door bastaardering van Klein timoteegras met een andere Doddegrassoort. Zo ontstaan vaak forsere en produktievere planten. Als voedergras werd Timoteegras in de 18de eeuw gepropageerd door Timothy Hanson, naar wie het vernoemd is.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Timotheusgras
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra