|
Wilde planten in Nederland en België |
|
Tongvaren - Asplenium scolopendrium
Frysk-Tongefear
English-Hart's tongue fern
Français-Langue-de-cerf
Deutsch-Hirschzunge
Synoniemen-Phyllitis scolopendrium, Scolopendrium vulgare
Familie-Aspleniaceae (Streepvarenfamilie)
Naamgeving (Etymologie)-Asplenium komt van het Griekse a (niet) en splen (milt), omdat men dacht dat het gebruik een opgezwollen milt zou doen inkrimpen. Scolopendrium is afgeleid van het Griekse scolopendra (duizendpoot). De stand, de kleur en de vorm van de sori doen denken aan de poten van een duizendpoot.
Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).
Levensduur-Overblijvend.
Plantvorm-Hemikryptofyt.
Rijpe sporen-Juli en augustus.
Afmeting-15-60 cm.
|
|
|
|
Wortels-Een korte, dikke en vrijwel rechtopstaande wortelstok met veel bruine tot paarsbruine schubben.
|
|
|
|
Stengels-De bladsteel is meestal duidelijk korter dan de bladschijf. De bladstelen zijn met bruine, bijna haarachtige schubben bezet. Ze hebben twee centrale, in dwarsdoorsnede halvemaanvormige vaatbundels, die de gewelfde zijden naar elkaar keren.
|
|
|
|
Bladeren-De wintergroene, kort gesteelde bladeren groeien dicht bij elkaar en staan rechtop in een kring. Ze zijn niet gedeeld, tongvormig, leerachtig, glanzend lichtgroen en worden tot 40 cm lang en tot 7 cm breed. Ze hebben een gave rand (of soms licht gegolfd) en zijn naar de top geleidelijk in een punt versmald. Naar de (hartvormige) voet worden ze meestal eerst smaller en vervolgens weer iets breder. De onderzijde van de middennerf (soms ook de bovenzijde) is met bruine, bijna haarachtige schubben bezet.
|
|
|
|
Sporen-De grote, lijnvormige sporenhoopjes groeien in tweetallen langs de zijnerven en zijn bedekt door lijnvormige dekvliesjes, die bij rijpheid zijn teruggeslagen. De sporenhoopjes ontbreken gewoonlijk in het onderste deel van het blad.
|
|
Biotoop
Bodem-Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, vrij voedselarme, humeuze of stenige, kalkhoudende en vrij stikstofrijke grond. Vorstgevoelig.
Groeiplaatsen-Vochtige oude muren (b.v. van waterputten), beschaduwde greppelkanten, grachtkanten, sluismuren, grubben, duinbossen, noordhellingen in duinstruweel, duindoornstruwelen, loofbossen, ravijnbossen op kalkrijke grond, op dood hout, kalkrijke rotsen, basaltdijken en rioolputten.
Verspreiding
Wereld-Oorspronkelijk uit Europa, behalve in het noorden. Zuidoostelijk tot bij de Kaspische Zee.
Nederland-Inheems. Vrij algemeen.
Vlaanderen-Inheems. Vrij algemeen. Het meest in de grotere steden.
Wallonië-Inheems. Vrij algemeen.
Toepassingen
De bladen werden vroeger gebruikt voor de genezing van zieke schapen. Tongvaren werd als geneesmiddel gebruikt tegen allerlei ziekten, zoals miltproblemen, onvruchtbaarheid bij vrouwen, of als middel voor lever, longen en pijnlijke ingewanden.
© 2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl