Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Tweenervige zegge - Carex binervis

Frysk:

English: Green-ribbed Sedge

FranÁais: LaÓche ŗ deux nervures

Deutsch: Zweinervige Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Binervis betekent tweenervig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 30-100 cm.


Stemonitis -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


Herbier Pontarlier-Marichal -
CC BY-SA 2.0 FR


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Polvormend. De plant vormt dichte zoden. Een oranje-bruine voet.


Torsten Eriksson -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


jfgodeau -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De donkergroene bladen zijn zwak gekield en worden 2-6 mm breed. Ze zijn wijd V-vormig geplooid.


Jeremy Barker -
CC BY-NC 4.0


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jeremy Barker -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Een bloeiwijze met twee tot vier vrouwelijke, 1,5-4,5 cm lange aartjes. De kafjes van de vrouwelijke bloemen zijn purperbruin tot donkerrood en met een klein stekelpuntje. Bloemen met drie stempels.


Stemonitis -
CC BY-SA 3.0


Vrouwelijk
© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Vrouwelijk
© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Mannelijk
© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Het olijfbruine nootje is omgekeerd eivormig. De driekantige urntje zijn 3,5-5 mm lang. De urntjes zijn meestal bruin tot roodbruin en soms purperbruin gestippeld. De rugzijde is duidelijk generfd met twee donkergroene nerven. De overige nerven springen maar weinig uit en zijn nauwelijks zichtbaar. De snavel is 1-1,5 mm lang. De snaveltanden zijn aan de binnenkant ruw. Eenzaadlobbig.


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot vrij natte, vrij voedselarme, zure grond.

Groeiplaatsen: Heide, grasland (heischraal grasland), veenafgravingen, langs paden (in beboste, maar op lichtrijke plaatsen in heidegebieden), bermen, waterkanten (langs greppels) en kapvlakten.

Verspreiding

Wereld: Noord-Afrika (Atlasgebergte) en West-Europa. Noordelijk tot in Noorwegen.

Nederland: Zeer zeldzaam ingeburgerd. Sinds 1982 op ťťn plek voorkomend.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest in de omgeving van Brugge.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL