Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Vallisneria - Vallisneria spiralis

Frysk:

English: Straight vallis

FranÁais: Vallisnťrie spiralťe

Deutsch: GewŲhnliche Wasserschraube

Synoniemen:

Familie: Hydrocharitaceae (Waterkaardefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Vallisneria is genoemd naar Antonio Vallisneri (1661-1730), een Italiaaanse botanicus, professor aan de universiteit van Padua. Spiralis betekent spiraal- of schroefvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: Tot meer dan 50 cm.


Andrey Efremov -
CC BY-NC 4.0


© Donald Cameron- gobotany.newenglandwild.org


Andrey Efremov -
CC BY-NC 4.0


Lamiot -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een ondergedoken plant met wortelende uitlopers.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger -
CC BY-NC-SA 4.0


daddo -
CC BY-NC 4.0


Lara Gudmundsdottir -
CC BY-SA 4.0

Stengels Er is geen bebladerde stengel. Een waterplant zonder drijvende delen, die rozetten vormt van riemvormige bladeren, die ontspruiten op de wortelende knopen.


© Donald Cameron- gobotany.newenglandwild.org


© Donald Cameron- gobotany.newenglandwild.org


Franco Giordana -
CC BY-NC-ND 4.0


Patrizia Ferrari -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De bladeren ontstaan allemaal vanuit een wortelrozet. Een rozet van slappe, lichtgroene, lijnvormige en enkele centimeters tot een meter lange bladeren. De bladeren hebben talrijke lange, smalle nerven en tussenschotten die deze nerven verbinden en ze zijn licht getand.Vaak zitten er rode puntjes en streepjes op de bladeren.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Lamiot -
CC BY-SA 4.0


Lamiot -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De vrouwelijke bloemen staan afzonderlijk op lange draaddunne en als een spiraal gewonden stelen. Ze zijn 4-7 mm en hebben drie tweelobbige stijlen. De iets roze bloemen bereiken net het wateroppervlak. De mannelijke bloemen groeien aan de basis van de bladeren en staan op een vrij korte, rechte steel. Ze hebben een hele kleine kroon van ongeveer een Ĺ mm en twee of drie meeldraden. Rijpende mannelijke bloemen zitten onderaan. Ze hebben kort gesteelde bloeikolven, die loslaten, naar de oppervlakte stijgen en waar ze ronddrijven op de teruggeslagen, holle kelkbladen. Als een meeldraad van zo'n zwemmende bloem tegen de stempel van een vrouwelijke bloem aan drijft, kan er bestuiving plaatsvinden.


© Egbert de Boer - verspreidingsatlas.nl


Mathieu Menand - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Patrizia Ferrari -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een bes. De vruchten zijn buisvormig en ongeveer 10 cm lang. Tweezaadlobbig.


© Donald Cameron- gobotany.newenglandwild.org


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen in ondiep, voedselrijk, zoet water.

Groeiplaatsen: Water (kanalen, rivieren en bij warmwaterlozingspunten van de industrie).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid-Europa. Elders plaatselijk ingeburgerd. De soort breidt zich uit naar het noorden.

Nederland: Omstreeks 1960 voor het eerst gevonden bij Maastricht. Later ook elders in het rivierengebied. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam in het Maasgebied.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


The Botanic Garden. A Poem in Two Parts, Erasmus Darwin (1795)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL