Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Valse voszegge - Carex otrubae

Andere namen

Frysk: Fergetten sigge

English: False Fox-sedge

Français: Laîche cuivrée

Deutsch: Hain-Fuchssegge

Verouderde of andere namen: Carex cuprina

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex otrubae

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Otrubae is genoemd naar de Tsjechische familie Otruba.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-90 cm.


http://www.kuleuven-kulak.be


Hans Toetenel - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Daderot - CC0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: Stengels met tot 0,5 cm brede, zeer scherp driekantige, iets gevleugelde ribben en vrijwel vlakke zijden. De onderste scheden zijn lichtbruin, die niet of maar weinig gaan vezelen. Valse voszegge vormt dichte pollen.


http://www.kuleuven-kulak.be


Javier martinlo - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: Meestal zijn de bladeren niet meer dan 7 mm breed. Ze hebben een iets geoorde voet.

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze is smal, nauwelijks piramidevormig en in de onderste helft meestal onderbroken. De bloeiwijze is bronsgroen tot lichtbruin en heeft vijf tot tien zeer korte, voor een deel vertakte zijassen en priemvormige, zwak geoorde schutbladen, die vaak vrij ver buiten de bloeiwijze uitsteken. De aren zijn eivormig. Onderaan zitten de vrouwelijke bloemen en bovenaan de mannelijke. De vrouwelijke bloemen hebben twee stempels.


http://www.kuleuven-kulak.be


Hans Toetenel - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Cor Nonhof - CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 - CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes staan wijd uit. Ze zijn platbol, eirond, 5-6 mm lang, glanzend lichtgroen tot lichtbruin en wat leerachtig. Op de rug zijn ze niet diep gegroefd. De snavel is meestal aan beide kanten even diep ingesneden. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


urntje
Cor Nonhof - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms half beschaduwde, meestal verstoorde plaatsen op natte of soms vochtige, voedselrijke, zoete tot brakke, kalkrijke, liefst zware grond (klei, maar ook wel op leem, zand of veen).

Groeiplaatsen: Grasland (weiland met een sterk reliëf, brak grasland en boezemland), bermen, dijken, waterkanten (sloten, greppels, kreken, kanalen, plassen en beschaduwde slootkanten), moerassen, afgravingen (kleiputten), zeeduinen (duinvalleien), bossen (langs bospaden) en struwelen in tichelgaten.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noordwest-Afrika en in West-, Zuid- en Midden-Europa.


gbif.org

Nederland: Algemeen in het westen van het land, in het noordelijk zeekleigebied en in het rivierengebied en vrij zeldzaam in de duinen, in Noord-Brabant en in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra