Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Valse kamille - Anthemis arvensis

Frysk: PoddekrŻd

English: Corn chamomile

FranÁais: Anthťmis des champs

Deutsch: Acker-Hundskamille

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Kamille is een verbastering van het Griekse chamaimelon, uit chamai (op de grond) en melon (appel). Waarschijnlijk is deze naam ontstaan omdat het op de grond groeiende plantje enigszins naar appels ruikt. Dit blijkt ook uit de Vlaamse naam Appellijn voor de Echte kamille. Anthemis is afgeleid van het Griekse anthemon (bloem), omdat de soorten vaak vele bloemen vormen. Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, zelden overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 15-45 cm.


Pieter Stolwijk
- CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


Wlodzimierz -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Worteldiepte tot 20 cm.


Franco Barbadoro -
CC BY-NC-ND 4.0


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


mam.ansp.org - CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn vanaf de voet sterk vertakt. De zijtakken zijn langer dan de hoofdas.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn langwerpig, (dubbel-)geveerd met lijnvormige, spitse slippen. Ze kunnen kaal of licht behaard zijn en verspreiden een zwakke geur.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Fornax -
CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes zijn 2-3 cm. De lintbloemen zijn wit en de buisbloemen geel. De bloembodem is kegelvormig en met stroschubben. De stroschubben zijn langwerpig en plotseling in een vrij lange stekelpunt versmald. Ook bij de buitenste bloemen zijn stroschubben aanwezig.


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


Jerzy Opiola -
GFDL


Fornax -
CC BY-SA 3.0


H. Zell -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn stomp vierkantig en hebben in de lengterichting tien gladde ribben. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Franco Barbadoro -
CC BY-NC-ND 4.0


Franco Barbadoro -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op matig voedselrijke, meestal zwak zure, kalkarme tot soms kalkrijke grond (allerlei grondsoorten, maar het meest op zand, leem, lŲss, mergel en zavel).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers), braakliggende grond, omgewerkte grond, ruderale plaatsen, bermen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en soms bouwterreinen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Europa. Nu in bijna heel Europa, in delen van Zuidwest- en Oost-AziŽ, in Noord-Amerika en op enkele plaatsen op het zuidelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam. Nog het meest  in Noord-Brabant, Noord- en Midden-Limburg, Gelderland, Utrecht en het oosten van het land. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam. Sterk afgenomen. Het meest nog in de Kempen.
WalloniŽ:
Zeldzaam. Het meest  in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL