Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Valse salie - Teucrium scorodonia

Frysk: Loaze sealje

English: Wood Sage

FranÁais: Germandrťe scorodoine

Deutsch: Salbei-Gamander

Synoniemen:

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Teucrium is genoemd naar Teucros (of Teucer), zoon van Telamon, broeder van Ajax, een van de vorsten van Troje, die de goede eigenschappen van deze planten zou hebben ontdekt. Scorodonia komt van het skorodon (Knoflook).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 30-60 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Ondergrondse vrij dikke uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn vertakt en soms iets houtig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De gesteelde, 3-7 cm lange en geurende bladeren zijn langwerpig tot eirond en met een hartvormige voet. Het oppervlak is bobbelig. De bladeren zijn stomp en onregelmatig getand.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien vanuit de oksels van kleine, gaafrandige schutbladen. Ze vormen samen naar ťťn kant gekeerde trossen aan het eind van hoofdstengel en zijtakken. De bloemen zijn bleek-geelgroen of soms witachtig, 0,8 -1,4 cm en behaard. De meeldraden zijn paarsrood en steken buiten de bloem. De kelk is 4-6 mm en heeft twee lippen. De bovenlip is niet gedeeld. De onderlip heeft vier tanden, waarvan de ondertanden omhoogkrommen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een splitvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, zwak zure, meestal kalkarme, maar soms kalkhoudende grond (zand, leem en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (langs bospaden) bosranden, struwelen, hakhoutbosjes, kapvlakten, dijken (zandige plaatsen), bermen, langs spoorwegen (spoorbermen), zeeduinen (verlaten duinakkertjes), heide (ruige plaatsen), afgravingen (zandgroeven) en mijnsteenbergen.

Verspreiding

Wereld: Van Portugal en ItaliŽ tot in Schotland en Noordwest-Duitsland. Zeer zeldzaam in Polen en Zuid-ScandinaviŽ. Plaatselijk ingeburgerd in Noord-Amerika.

Nederland: Algemeen in het oosten en zuiden van het land. Elders zeldzamer.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL