Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Valse zandzegge - Carex pseudobrizoides

Frysk:

English:

FranÁais: LaÓche de Reichenbach

Deutsch: Reichenbachs Segge

Synoniemen: Carex reichenbachii, Schaduwzegge

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Reichenbachii is genoemd naar Heinrich Gustav Reichenbach (1824-1889), Duits ornitholoog, botanicus, hoogleraar botanie in Leipzig en directeur van de Botanische tuinen van de universiteit van Hamburg.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April t/m juni (soms weinig of niet bloeiend).

Afmeting: 30-80 cm (soms tot 1 meter).


Daderot -
CC0


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: De lange wortelstok is 1,5-2 mm dik.


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn driekantig. Bij schaduwvormen staan de stengels eerst rechtop, maar in de vruchttijd buigen ze sterk voorover tot ze bijna plat op de grond liggen.


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladeren hangen boogvormig over. Ze zijn vrij slap en (1-)2-3 mm breed. De onderste bladscheden zijn lichtbruin en gaan uiteindelijk rafelen.


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Margriet Louwen - CC BY-NC-ND 4.0


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Het onderste schutblad is veel korter dan de bloeiwijze. De bloeiwijze is 3-5(-7) cm lang, met vijf tot twaalf gekromde, lichtbruine, meestal tweeslachtige aartjes. Bovenaan is de bloeiwijze dicht, maar onderaan onderbroken. In het midden soms met iets gebogen aren. Het vruchtbeginsel met twee stempels. De vrouwelijke kafjes zijn licht geelgroen tot bleekbruin met een groene kiel. Ze zijn korter dan het rijpe urntje.


© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De geelbruine, lensvormige nootjes zijn ongeveer 2 mm lang en 1 mm breed. De lancetvormige urntjes zijn ongeveer 5 mm lang (ze zijn 2,5-3 keer zo lang als breed). Ze hebben vrij smalle vleugels en zijn duidelijk generfd. Eenzaadlobbig.


David Genoud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Edwin De Weerd -
CC BY-NC-ND 3.0


© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op droge, zure, kalkloze zandgrond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, met name eikenbos en naaldbossen, met name dennenbos) en bermen (licht beschaduwde, open en zandige plaatsen).

Verspreiding

Wereld: West- en voornamelijk Midden-Europa. Van Frankrijk tot in TsjechiŽ.

Nederland: Zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam in de Kempen.
WalloniŽ:
Verdwenen.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL