Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Veelbloemige veldbies - Luzula multiflora

Frysk: Stofferke

English: Heath Wood-rush

FranÁais: Luzule multiflore

Deutsch: VielblŁtige Hainsimse

Verouderde of andere namen: Luzula multiflora subsp. multiflora

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Luzula ia afkomstig van het Italiaanse luciola (glimworm), een naam die door de Italianen ook gebruikt voor biezen, omdat uit het merg van deze planten kaarsenpitten (lucigno of lucignolo) gemaakt werden. Multiflora betekent met veel bloemen.

Ondersoorten: Voorheen onderscheidde men twee ondersoorten: Dichtbloemige veldbies (Luzula multiflora subsp. congesta) en Veelbloemige veldbies (Luzula multiflora subsp. multiflora). Tegenwoordig zijn het twee afzonderlijke soorten: Dichte veldbies (Luzula congesta) en Veelbloemige veldbies (Luzula multiflora).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 20-60 cm.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Han Beeuwkes - verspreidingsatlas.nl


Caroline -
CC BY-NC 4.0


Ray Simpson -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Het wortelstokje staat min of meer rechtop. Er zijn geen uitlopers. Worteldiepte 10 tot 20 cm.


db.herbarium.arizona.edu -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC BY-NC 3.0


chri_arno -
CC BY-NC 4.0


Don Sutherland -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De stengels staan stijf rechtop. Dichte pollen vormend.


Hugues Haeffner - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Ed Michels - waarneming.nl


pummel -
CC BY-NC 4.0


Tatyana Zarubo -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De dofgroene bladeren zijn vaak wat rood aangelopen. De rand is getand.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Tom Norton -
CC BY-NC 4.0


Carl-Adam Wegenschimmel -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is kluwenvormig samengetrokken. De meestal lichtbruine, 3-3,5 mm lange bloemdekbladen zijn geleidelijk in een lange punt versmald en duidelijk langer dan de vruchten.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Erik-Jan Beenackers - waarneming.nl


Tom Norton -
CC BY-NC 4.0


Susan Elliott -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De zaden hebben aan de voet een aanhangsel. Dit aanhangsel beslaat hoogstens 1/3 deel van de rest van het zaad. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Kjell Nilsen - waarneming.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Deborah Barber -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme, stikstofarme, kalkarme, zwak tot matig zure, humeuze grond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, op wortelkluiten van omgewaaide bomen, moerasbossen en langs bospaden), bosranden, kapvlakten, grasland (nat, licht bemest grasland en onbemest hooiland), bermen, heide, langs spoorwegen (spoorbermen), opgespoten grond, zeeduinen (duinvalleien) en moerassen (veenmosrietland).

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk op het Noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen. Het meest  in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands flora, deel 18, J. Sturm, J.W. Sturm (1839-1840)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL