Veelbloemig schaduwkruiskruid - Senecio hercynicus

Frysk:

English:

Français: Séneçon du Harz

Deutsch: Harz-Greiskraut (Gewöhnliches Hain-Greiskraut)

Synoniemen: Senecio cacaliaster subsp. hercynicus, Senecio jacquinianus

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruiskruid is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Hercynicus betekent uit de Harz.

Opmerking: Mogelijk komen in Wallonië vooral kruisingen tussen Veelbloemig schaduwkruiskruid en Schaduwkruiskruid voor.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 60-130 cm.


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


Jens-Christian Svenning - cc by 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - cc by-sa-2.0 fr

Wortels: Een korte wortelstok.


Steiermärkisches Landesmuseum Joanneum - cc by-sa 4.0


Steiermärkisches Landesmuseum Joanneum - cc by-sa 4.0


Herbarium Haussknecht JE - cc by 4.0


Herbarium Haussknecht JE - cc by 4.0

Stengels: De planten zijn meestal vrij slank en vrij rechtopstaand vertakt (meestal met name in de bloeiwijze).


Ludwig Treuter - cc by-nc 4.0


Markus Krieger - cc by 4.0


Christian Berg - cc by 4.0


Ludwig Treuter - cc by-nc 4.0

Bladeren: Een veel bebladerde plant. De onbehaarde bladen zijn eirond of lancetvormig (ongeveer drie keer zo lang als breed), puntig en scherp gezaagd. De bovenste bladen zijn zittend en vaak stengelomvattend.


Gerhard Nitter - cc by-sa 3.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - cc by-sa-2.0 fr


Jens-Christian Svenning - cc by 4.0


Christian Berg - cc by 4.0

Bloemen: Polygaam. Een vertakte rijkbloemige bloeiwijze (schermvormige pluimen met tenmisnte vijf bloemen). De gele bloemen zijn 2-3 cm groot. Hoofdjes met meestal vijf, zelden tot acht lintbloemen en (11-)13-20(-28) buisbloemen. Er zijn (acht-)negen tot twaalf(-dertien) omwindselblaadjes. De blaadjes zijn (6-)7,2-9,3(-11) mm lang en (2,7-)3,6-5 mm breed. De omwindselblaadjes zijn afstaand behaard. Aan de top groeien meestal verdikt-geklierde haren. Het buitenomwindsel is ongeveer even lang als het omwindsel of iets langer.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - cc by-sa-2.0 fr


Gerhard Nitter - cc by-sa 3.0


Kathrin Nilius - cc by-sa 4.0


Jens-Christian Svenning - cc by 4.0

Vruchten en zaden: Een nootje met wit vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


Sylvie Laugel - tela-botanica.org - cc by-sa-2.0 fr


Jens-Christian Svenning - cc by 4.0

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op voedselrijke, met name stikstofrijke, vochtige tot natte, vaak kiezelrijke grond.

Groeiplaatsen: Beekoevers, natte bossen.

Verspreiding

Wereld: Midden-, Zuid- en Zuidoost-Europa.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl