Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Veenzegge - Carex davalliana

Frysk:

English: Davall's Sedge

FranÁais: LaÓche de Davall

Deutsch: Davalls Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Davalliana is vernoemd naar de Zwitserse botanicus van Engelse oorsprong Edmund Davall (1763-1798).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei.

Afmeting: 10-30 cm.


ROLLET - CC BY-NC-ND 4.0


Daderot -
CC0


Petr Filippov -
CC BY 3.0


A. Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een korte wortelstok zonder uitlopers.


© University of Tartu, Estonia -
CC BY-SA 4.0


© University of Tartu, Estonia -
CC BY-SA 4.0


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Een grijsgroene plant. Uit de wortelstok komen vele stijf rechtopstaande, dunne, tere, bovenaan ruwe stengels die aan de voet door de vezelige overblijfselen van bladen van het vorige jaar zijn omgeven. De plant vormt dichte zoden.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Felix Riegel -
CC BY-NC 4.0


Jean Claude Estatico - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Alle bladen zijn wortelstandig (met een schede). De scheden van de afgestorven bladen zijn donkerbruin. Ze zijn smal, borstelvormig en staan rechtop. Ze zijn ruw aan de randen en minder dan 1 mm breed.


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Giovanni Bergamo Decarli -
CC BY-NC-ND 4.0


Jasenka Topic - freenatureimages.eu


Michal DuchŠcek -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweehuizig. Er is slechts ťťn eindelings aartje. Vrouwelijke aartjes zijn 1-2 cm lang. De spitse kafjes zijn langwerpig, die van de mannelijke aartjes zijn licht roodbruin, breed witvliezig gerand, die van de vrouwelijke zijn donker, lichtbruin vliezig gerand. Ze vallen niet af. Bloemen met twee stempels.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Hermann Schachner -
CC0


Hermann Schachner -
CC0


© Jaan Liira -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rijpe, eirond-lancetvormige urntjes zijn bruin, zwak generfd, 3-5 mm lang met een lange, gladde of fijn getande snavel, bij rijpheid horizontaal afstaand en tenslotte enigszins teruggebogen. De vrucht is eirond- lensvormig. Eenzaadlobbig.


Hermann Schachner -
CC0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Giovanni Bergamo Decarli -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, neutrale tot zwak zure, voedselarme, venige grond.

Groeiplaatsen: Moerassen (kalkmoerassen, veenmoeras, laagveen en bronveen) en grasland (moerassig weiland).

Verspreiding

Wereld: Midden-Europa. Westelijk tot in Luxemburg.

Nederland: Zeer zeldzaam. Sinds kort op twee plaatsen in het zuiden van het land. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam in het oosten.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL