Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Veldgerst - Hordeum secalinum

Frysk: Stûkraai

English: Meadow Barley

Français: Orge faux-seigle

Deutsch: Roggen-Gerste

Synoniemen: Hordeum pratense, Hordeum nodosum

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hordeum is oud Latijn voor Gerst. Waarschijnlijk komt Hordeum van het Griekse horreo (stijf staan of borstelig zijn), naar de ruwe kafnaalden of van het Latijnse hordus (zwaar), omdat gerstenbrood bijzonder zwaar is. Secalinum betekent roggeachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-80 cm.


© Frank van Gessele - verspreidingsatlas.nl


Daderot -
CC0


TomCatX -
CC BY-SA 3.0


BerndH -
CC BY-SA 3.0

Wortels


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bloeiwijze staat rechtop.


BerndH -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De bladeren zijn grijsachtig groen. De onderste bladeren zijn dicht zachtharig, vooral op de scheden. Meestal hebben ze korte oortjes. De bovenste bladschede is weinig of niet opgeblazen.


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De aartjes aan de zijkanten zijn kleiner dan het middelste, maar ze zijn wel normaal ontwikkeld. De kelkkafjes zijn priemvormig tot naaldvormig. De opgerichte naalden zijn hoogstens 1½ cm lang en vaak wat roze van kleur.


Willemien Troelstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Stephen Leroy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Stephen Leroy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


BerndH -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot meestal vochtige, soms vrij natte, matig voedselrijke, niet te zwaar bemeste, zoete tot brakke, meestal kalkhoudende grond (zeeklei, rivierklei, zavel en mergel).

Groeiplaatsen: Grasland (vochtig, bemest grasland, weiland, hooiweide, oud, niet gescheurd en niet te zwaar bemest kamgrasland, middelhoge delen van uiterwaarden en drogere ruggen en dammen in nat grasland) en kwelders (hoogste delen van schorren, die alleen bij stormvloed bereikt worden door de zee).

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika, maar het meest in Zuid- en West-Europa. Zeer zeldzaam in het Oostzeegebied. Ingeburgerd in Chili en Zuid-Afrika.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het oosten en zuiden. Afgenomen.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Polders en vrij zeldzaam langs de grote rivieren. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.


Wallonië: Zeldzaam tot zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra