Uitgebreide beschrijving Frysk Fjildkerskrûd English Field Pepperwort Français Passerage champêtre Deutsch Feld-Kresse Synoniemen Familie Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie) Naamgeving (Etymologie) Lepidium komt van het Griekse lepis (schub), hetgeen slaat op de kleine hauwtjes, die wel wat op schubben lijken. Campestre betekent van het vlakke veld. Levensduur Eenjarig of soms tweejarig. Plantvorm Therofyt. Hoofdbloei Mei t/m juli, soms t/m september. Afmeting 15-60 cm.
Wortels
Stengels De meestal rechtopstaande stengels zijn vaak alleen bovenaan vertakt. Ze zijn kort, grijsachtig behaard.
Bladeren De rozetbladen zijn eirond of langwerpig met een gave rand of ze zijn ondiep getand. Tijdens de bloei zijn deze afgestorven. De stengelbladen zijn smal pijlvormig, stengelomvattend, vaak getand en worden tot 4 cm lang en 1 cm breed.
Bloemen Tweeslachtig. Aarvormige trossen met witte, 2-3 mm grote bloemen, die, nauwelijks langer zijn dan de kelk. De helmknoppen zijn geel.
Vruchten en zaden De open springende, 4-6 mm lange, rechtafstaande hauwtjes zijn breed-eivormig. Op de hauwtjes zelf groeien vele schubvormige (blaasvormige) haren. De stijl (snavel) steekt niet buiten de smalle vleugels uit. De vleugelranden buigen iets omhoog. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.
Biotoop Bodem Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende of lemige, omgewerkte grond (zand en lemig zand). Groeiplaatsen Bermen, dijken, spoorwegterreinen, braakliggende grond, akkers, ruigten, muren, langs sloten, kanalen en rivieren, ruderale plaatsen, stortterreinen en bij graanverwerkende bedrijven. Verspreiding Wereld Europa, behalve het noorden. Oostelijk tot in de gebergten in Zuidwest-Azië. Nederland Archeofyt. Vrij zeldzaam. België Archeofyt. Vrij algemeen. 2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0 |