Klaas Dijkstra

Veldkruidkers
Lepidium campestre


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Veldkruidkers of Lepidium campestre is een soort uit de Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
  • Het is een meestal eenjarige, 15-60 cm hoge plant.
  • Meestal rechtopstaande, kort, grijsachtig behaarde stengels die vaak alleen bovenaan zijn vertakt.
  • Eironde of langwerpige rozetbladen met een gave ondiep getande rand en smal pijlvormige, stengelomvattende, vaak getande, tot 4 cm lange en 1 cm brede stengelbladen zijn .
  • Veldkruidkers bloeit meestal van mei t/m juli.
  • Aarvormige trossen met witte, 2-3 mm grote bloemen.
  • Rechtafstaande breed-eivormige, 4-6 mm lange hauwtjes.
  • Veldkruidkers groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende of lemige, omgewerkte grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. bermen, dijken, spoorwegterreinen, braakliggende grond, akkers, ruigten, muren, waterkanten, ruderale plaatsen en stortterreinen.
  • Veldkruidkers komt voornamelijk voor in Europa, behalve het noorden en oostelijk tot in de gebergten in Zuidwest-Azië.
  • In Nederland is het een vrij zeldzame archeofyt. In België is het een vrij algemene archeofyt.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Fjildkerskrûd

English Field Pepperwort

Français Passerage champêtre

Deutsch Feld-Kresse

Synoniemen

Familie Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Lepidium komt van het Griekse lepis (schub), hetgeen slaat op de kleine hauwtjes, die wel wat op schubben lijken. Campestre betekent van het vlakke veld.

Levensduur Eenjarig of soms tweejarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m juli, soms t/m september.

Afmeting 15-60 cm.


Björn S... - cc by-sa 2.0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 3.0 at


Stan Shebs - cc by-sa 3.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De meestal rechtopstaande stengels zijn vaak alleen bovenaan vertakt. Ze zijn kort, grijsachtig behaard.


AnRo0002 - cc0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Stan Shebs - cc by-sa 3.0


Stan Shebs - cc by-sa 3.0

Bladeren De rozetbladen zijn eirond of langwerpig met een gave rand of ze zijn ondiep getand. Tijdens de bloei zijn deze afgestorven. De stengelbladen zijn smal pijlvormig, stengelomvattend, vaak getand en worden tot 4 cm lang en 1 cm breed.


AnRo0002 - cc0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Stan Shebs - cc by-sa 3.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. Aarvormige trossen met witte, 2-3 mm grote bloemen, die, nauwelijks langer zijn dan de kelk. De helmknoppen zijn geel.


Stan Shebs - cc by-sa 3.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden De open springende, 4-6 mm lange, rechtafstaande hauwtjes zijn breed-eivormig. Op de hauwtjes zelf groeien vele schubvormige (blaasvormige) haren. De stijl (snavel) steekt niet buiten de smalle vleugels uit. De vleugelranden buigen iets omhoog. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Pieter Stolwijk - cc by-nc-sa 3.0 nl


John de Vos - cc by-sa 2.0 fr


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende of lemige, omgewerkte grond (zand en lemig zand).

Groeiplaatsen Bermen, dijken, spoorwegterreinen, braakliggende grond, akkers, ruigten, muren, langs sloten, kanalen en rivieren, ruderale plaatsen, stortterreinen en bij graanverwerkende bedrijven.

Verspreiding

Wereld Europa, behalve het noorden. Oostelijk tot in de gebergten in Zuidwest-Azië.

Nederland Archeofyt. Vrij zeldzaam.

België Archeofyt. Vrij algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0