Wilde planten in Nederland en België

Veldrus - Juncus acutiflorus

Frysk: Skerpe rusk

English: Sharp-flowered Rush

Français: Jonc à fleurs aigües, Jonc à tépales aigus

Deutsch: Spitzblütige Binse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Acutiflorus betekent met spitse bloemen.

Kruising: Veldrus kan een bastaard vormen met Zomprus (Juncus x surrejanus) en eveneens met Alpenrus (Juncus × langii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of geofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 30-90 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels: Een kruipende en soms vertakte wortelstok van enkele mm dikte.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande staan vaak in een rij. De rolronde bloeistengels zijn aan de voet iets afgeplat en omhuld door enkele scheden zonder bladschijf.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: Hogerop aan de stengel zitten drie tot vijf volledige bladeren (niet-bloeiende stengels dragen meer dan één volledig blad). De naaldvormige, rolronde of iets afgeplatte, ongeveer 1-1,5 mm brede bladen zijn vaak vrij donker groen. Ze zijn borstelvormig, niet gegroefd en in kamertjes verdeeld door van buiten af zichtbare dwarsschotten, maar zonder lengteschotten.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in talrijke hoofdjes. De bloeiwijze is rijk vertakt. Het onderste schutblad is meestal korter dan de bloeiwijze. De zes bloemdekbladen zijn donker roodbruin. De binnenste drie bloemdekbladen zijn geleidelijk toegespitst, zonder topsptsje. Ze zijn iets langer dan de buitenste drie met een naar buiten gekromde spits. Bloemen met drie meeldraden en een stijl met drie stempels.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Jan Aalders -
CC BY 4.0


Hinko Talsma -
CC BY-NC-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn roodbruin en worden ongeveer 3 mm lang. Ze steken met de lange snavel boven alle bloemdekbladen uit. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of liefst niet bemeste, meestal zwak zure tot neutrale grond (humeus zand, löss en leem, zelden op veen). Vaak is er ijzerrijke kwel aanwezig.

Groeiplaatsen: Heide (moerassige plaatsen en langs slenken), grasland (nat, licht bemest grasland, weiland, hooiland op dalwanden aan beekjes, blauwgrasland en terreinglooiingen), bermen, waterkanten (langs greppels, heidevennen, bermsloten en bij bronnen), afgegravingen en zeeduinen (slootkanten in de binnenduinrand en langs de randen van duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Op enkele plaatsen in Zuidwest-Azië, op Newfoundland en in West- en Midden-Europa. Noordoostelijk tot in Denemarken en Polen. Ingevoerd in Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam op zeeklei.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen.
Wallonië:
Vrij algemeen. Het meest in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL