Wilde planten in Nederland en België

Gewone veldsla - Valerianella locusta

Frysk: Bledtsjeslaad

English: Common Cornsalad

Français: Mâche doucette

Deutsch: Echter Feldsalat

Synoniemen: Valerianella olitoria

Familie: Caprifoliaceae (Kamperfoeliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Valerianella is het verkleinwoord van Valeriana (valeriaan). Locusta betekent sprinkhaan.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: April en mei(-augustus).

Afmeting: 7-25 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Portfolio de Geo Ptws -
cc by-sa 4.0


AnRo0002 -
cc0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
cc by-sa 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium -
cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium -
cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium -
cc by-sa 3.0

Stengels: De stengels zijn kaal.


Vatadoshu -
cc0


Vatadoshu -
cc0


Vatadoshu -
cc0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
cc by-sa 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn breed eirond tot spatelvormig, stomp en niet getand. De bovenste bladen zijn langwerpig tot lancetvormig, iets spits, maar soms zijn ze ook breder en stomp. Ze zijn weinig of niet getand.


Rasbak -
cc by-sa 3.0


Maduixa - Public Domain


Tarquin -
cc by-sa 3.0


AnRo0002 -
cc0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn groen. De bloemen groeien in schermvormige hoofdjes met een kraag van schutbladen. Ze zijn lichtblauw (meestal wat blauwer dan de andere soorten), hebben vijf slippen en worden 2 mm groot. In de oksels van de zijtakken groeien geen bloemen.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


AnRo0002 -
cc0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn ongeveer 2 mm, vaak wat groter dan die van de andere Veldslasoorten. Ze zijn afgeplat breed-eivormig, glad of hebben fijne overdwarse lijntjes. In het midden zie je het dwars geplaatste vruchtbare hokje, aan één kant de twee onvruchtbare hokjes en aan de andere kant een sponsachtig weefsel. Aan de top zit een stompe knobbel (dit is de vruchtkelk). De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
cc by-nc-sa 3.0 nl


Stefan.lefnaer -
cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


©2006 Digital Plant Atlas -
cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige tot matig droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, verstoorde, enigszins humeuze, vaak enigszins kalkhoudende grond (zand, duinzand, leem, löss, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen, akkers (akkerranden), tuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, ruderale plaatsen, klippen, bermen, langs spoorwegen (spoordijken en spoorbermen), rivierdijken en puinkegels aan de voet van hellingen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit gematigde streken in Europa, maar niet in het hoge noorden. Ook in Zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika (Atlasgebergte).

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

Toepassingen

Veldsla wordt ook als groente gekweekt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 7 (1813)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl