Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Veldzuring - Rumex acetosa

Frysk: Soere surk

English: Common Sorrel

FranÁais: Grande Oseille

Deutsch: Sauerampfer

Synoniemen:

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zuring duidt op de zure smaak van de plant (door de aanwezigheid van oxaalzuur). Rumex is Latijn en betekent werpspies, hetgeen slaat op de bladvorm van een aantal soorten. Acetosa komt van het Latijnse acetum (azijn).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 50-100 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Donald Hobern -
CC BY 2.0


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, geribde stengels hebben een zure smaak.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande, langwerpig-eironde bladeren zijn pijlvormig, breder dan die van Geoorde zuring. Ze zijn hoogstens tot zes keer zo lang als breed en niet gekroesd, maar de bladrand is wel enigszins gegolfd. De naar beneden wijzende voet-slippenzijn zelden in tweeŽn gespleten. De bladen zijn aangehecht met een tuitje. De bovenste bladeren zijn stengelomvattend, maar de wortelbladeren zijn lang gesteeld. Ze zijn vaak rood aangelopen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. Vrouwelijke planten zijn veel forser dan mannelijke planten. De bloemen groeien in een losse, slanke pluim. De pluimtakken zie je meestal alleen of voor een deel met twee bij elkaar. Ze zijn meestal niet vertakt en vaak rood tot donkerrood aangelopen. De bloemen zijn donkerrood of soms bijna witachtig-groen. De buitenste drie bloemdekbladen zijn in de vruchttijd teruggeslagen, de binnenste drie bloemdekbladen zijn 3-4 mm, rondachtig of meer breed dan lang, niet getand en met een rode of groene knobbel aan de voet. Vrouwelijke bloemen met een stijl met drie stempels. Mannelijke bloemen met zes hangende meeldraden.


Vrouwelijk
Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Mannelijk
Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Vrouwelijk
kuleuven-kulak.be/bioweb


Mannelijk
kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchtkleppen zijn 3Ĺ-5 mm en omgeven de glanzende, roodbruine zaden die 1,8-2,2 mm groot zijn. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige tot natte, matig voedselrijke, niet te zwaar bemeste, meestal zwak zure, grazige grond (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Grasland (weiland, hooiland en grasvelden), bermen, bossen (open plaatsen in loofbossen en langs bospaden), waterkanten (beken, rivieren, vijvers, kanalen en sloten), kiezelbanken aan de kust, rotsrichels, dijken en zeeduinen (duinweiland).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de koele en gematigde gebieden in Europa en AziŽ. Ingeburgerd in Noord- en Zuid-Amerika, Afrika, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Algemeen.

Toepassingen

De stengel heeft een rabarberachtig zure smaak en is niet zo vezelig is als de stengels van andere zuringen. De plant wordt gebruikt in salades en zuringsoep en is rijk aan vitamine C. Het diende vroeger als voorjaarsrantsoen tegen scheurbuik. Ook werd het gebruikt tegen spijsverteringsstoornissen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Surckele
Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL