Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Verspreidbladig goudveil - Chrysosplenium alternifolium

Frysk: WikselblÍdgoudfeil

English: Alternate-leaved Golden-saxifrage

FranÁais: Dorine ŗ feuilles alternes

Deutsch: Wechselblšttriges Milzkraut

Synoniemen:

Familie: Saxifragaceae (Steenbreekfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Chrysosplenium is afgeleid van het Griekse chrysos (goud) en splen (de milt) een verwijzing naar de kleur van de bloem en de veronderstelde medische kwaliteiten. Alternifolium betekent verschillend bladig geplaatst.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Maart, april en mei.

Afmeting: 5-15 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Met draadvormige uitlopers. De soort groeit in grote groepen.


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De kruipende stengels zijn driekantig en zwak behaard. Ze wortelen op de knopen en kunnen zich vertakken. De hoofdstengels richten zich wat  op met  aan het einde een bloeiwijze.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


BerndH -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De meeste bladeren zijn grondstandig en vormen samen een wortelrozet. Ze zijn hartvormig of niervormig, grof gekarteld, 2-5 cm breed en hebben een diep hartvormige voet en een lange steel. De hoogstens drie stengelbladen staan verspreid en zijn lang gesteeld. Op de knopen vormen zich nieuwe bladeren.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Florian Grossir -
CC BY-SA 3.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De viertallige, geelachtige bloemen zijn 5-6 mm. Ze groeien met een klein aantal bij elkaar aan het eind van een hoofdstengel. Ze bevatten acht meeldraden en zijn omgeven door geelgroene schutbladen. Het vruchtbeginsel is halfonderstandig met een stijl en twee stempels.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De gladde zaden zijn bruin. Ze liggen in een soort napje en door regendruppels schieten de zaden weg en worden zo verspreid. Tweezaadlobbig.


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde, koele plaatsen (plekken met een gelijkmatige temperatuur en een hoge luchtvochtigheid) op vochige tot natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot meestal licht kalkhoudende grond (zand en leem). De plekken kunnen regelmatig worden overstroomd met zuurstofrijk, matig voedselrijk water.

Groeiplaatsen: Bossen (natte loofbossen, bronbossen en grienden), kwelplekken en waterkanten (zandige oevers van bosbeken, langs greppels met stromend water, beschutte plekken aan weidebeken).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeldzaam in Zuid-Limburg, Twente en Noord-Drenthe en zeer zeldzaam in Gelderland, De Biesbosch en Noord-Brabant.

Vlaanderen: Zeldzaam Het meest in de Leemstreek.
WalloniŽ:
Zeldzaam. Het meest  in Brabant, in het Maasgebied en in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL