Wilde planten in Nederland en België

Viltig kruiskruid - Jacobaea erucifolia

Frysk: Smelle krúswoartel

English: Hoary Ragwort

Français: Sénecon à feuilles de roquette

Deutsch: Raukenblättriges Greiskraut

Synoniemen: Senecio erucifolius, Smalbladig kruiskruid

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dit kruid was gewijd aan Sint-Jacob, de beschermheilige van de paarden, vandaar de Nederlandse en wetenschappelijke naam (Jacobaea). Erucifolia betekent met blad als Eruca (een koolsoort).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-120 cm.


Victor M. Vicente Selvas -
CC BY-SA 3.0


Quartl -
CC BY-SA 3.0


Paul Fabre - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een kruipende wortelstok met uitlopers.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn meestal groen of soms rood. Ze zijn alleen boven het midden vertakt. Eerst zijn ze spinragachtig behaard, maar de beharing verdwijnt later.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Quartl -
CC BY-SA 3.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Ook de bladeren zijn spinragachtig behaard en ook dit verdwijnt later weer, behalve aan de onderkant. Verder zijn de bladeren eirond, diep één- tot tweevoudig veerdelig met lijnvormige bladslippen. De bladrand is iets omgebogen. De onderste bladeren zijn gesteeld. Tijdens de bloei zijn deze meestal nog niet verdord.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Quartl -
CC BY-SA 3.0


Quartl -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes vormen samen smalle, schermvormige pluimen. De hoofdjes zijn 1,2-1,5 cm. De twaalf tot vijftien lintbloemen zijn glanzend geel en 6-8 mm lang. Heel soms ontbreken de lintbloemen. De buisbloemen zijn geel. Het omwindsel is meestal klokvormig en heeft een vier- tot zesbladig buitenomwindsel.


Jozefsu -
CC BY-SA 4.0


Pieter Pelser -
CC BY 3.0


Isidre blanc -
CC BY-SA 3.0


André Karwath -
CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Alle zaden zijn dicht kort behaard. Het vruchtpluis is vuilwit. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Isidre blanc -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, grazige, soms vrij open plaatsen op matig droge tot meestal vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond (klei, mergel, leem, zavel en zand, stenige plaatsen en zelden op veen).

Groeiplaatsen: Dijken (polderdijken en rivierdijken), bermen (o.a. langs kanalen), grasland (kalkgrasland, vochtig, bemest grasland en verruigd grasland), waterkanten (rivieren, sloten, beken), langs spoorwegen (spoorbermen), opgespoten grond (met kalkrijk zand), struwelen op rivierduinen, grienden, heggen, ruigten, plantsoenen, zeeduinen, rolsteenstranden, drooggevallen zandplaten, kalkhellingen en afgravingen (kleiputten).

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa, noordelijk tot in Midden-Engeland, het Oostzeegebied en Siberië. Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen in Zeeland en aangrenzende gebieden, in Limburg en in het rivierengebied. Elders veel minder algemeen.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest  in de duinen, de Polders en langs de Maas.
Wallonië:
Vrij algemeen. Het meest  in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL