Vlakke dwergmispel - Cotoneaster horizontalis

Andere namen

Frysk:

English: Wall Cotoneaster

Français: Cotonéaster horizontal

Deutsch: Fächerzwergmispel

Verouderde namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Cotoneaster (Dwergmispel)

Soort: Cotoneaster horizontalis

Naamgeving (Etymologie): Cotoneaster komt van Cotoneum (de naam die Plinius gaf aan de kwee) en aster (een verbastering van ad instar), gebruikt om een gelijkenis aan te duiden (lijkt op een kwee). Horizontalis betekent horizontaal (vlak).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 50-150 cm.


Ladislav Luppa - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Globetrotter19 - CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Takken: De takken zijn in twee rijen geplaatst (visgraatvertakking).


Peganum - CC BY-SA 2.0


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0


David J. Stang - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Ook de kort gesteelde bladen zijn in twee rijen geplaatst (visgraatvertakking). De meestal wintergroene bladen worden 0,6-1,2 cm lang. Ze hebben ingezonken nerven.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De rechtopstaande, roze tot witte bloemen zijn alleenstaand of ze groeien met twee bijeen. De meeldraden zijn wit.


© Edu Boer - verspreidingsatlas.nl


Ettrig - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Hectonichus - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. Verspreidng van de rode bessen gebeurt voornamelijk door vogels, met name lijsterachtigen. De zaden worden dan via de uitwerpselen verspreid. De plant kan zich ook vegetatitef vermeerderen. Tweezaadlobbig.


© Leni Duistermaat - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Oude muren, spoorwegterreinen, spoorwegbermen, kustduinen, duinstruwelen, kalkgrasland, kalkhellingen, industrieterreinen, stenige oevers en kerkhoven.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit China.

Nederland: Voor het eerst in het wild gevonden omstreeks 1980. Plaatselijk ingeburgerd.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Plaatselijk ingeburgerd.

Wallonië: Plaatselijk ingeburgerd.

Toepassingen

Vaak gekweekt in tuinen.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra