Wilde planten in Nederland en België

Vleeskleurige orchis - Dactylorhiza incarnata

Frysk: Kaaiblom

English: Early Marsh-Orchid

Français: Orchis incarnat

Deutsch: Fleischfarbenes Knabenkraut

Synoniemen: Orchis incarnata

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dactylorhiza is afgeleid van het Oud-Griekse dactylus (teen of vinger) en rhiza (wortel). Het slaat op de vingervormige wortelknollen. Incarnata betekent vleeskleurig.

Ondersoorten: Steenrode orchis (Dactylorhiza incarnata subsp. coccinea) en Vleeskleurige duinorchis (Dactylorhiza incarnata subsp. lobelii).

Kruisingen: Vleeskleurige orchis kan een bastaard vormen met Brede orchis (Dactylorhiza x aschersoniana). Ook zijn bastaarden mogelijk met Rietorchis en Gevlekte orchis.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 15-60 (zelden tot120) cm.


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


U2Maniac -
CC BY-SA 3.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0

Wortels: De knollen zijn aan de top handvormig twee- tot vierlobbig (of -delig).


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stijve, rechtopstaande stengels zijn meestal hol en iets kantig. Soms zijn ze bovenaan zwak purper aangelopen. Aan de voet vind je spitse scheden.


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Paul Fabre -
CC BY-SA 2.0 FR


© Dick kerkhof - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De drie tot zes lichtgroene bladeren staan bijna stijf rechtop. Vaak staan ze in twee rijen. Ze zijn langwerpig. De grootste breedte zit onder het midden. De bladeren zijn meestal niet gevlekt, spits, maar wel vaak met een kapvormige top. Het bovenste blad steekt met zijn top vaak boven de voet van de bloeiwijze uit en is soms schutbladachtig. De onderste schutbladen zijn minstens zo lang als de bloemen en vaak gekromd.


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn lancetvormig, spits of lang toegespitst, drienervig, behalve de bovenste kruidachtig, langer dan het vruchtbeginsel en tenminste de onderste zijn langer dan de bloemen en altijd langer dan de knoppen. Vaak zijn ze rood of bruin aangelopen. De aar is meestal veelbloemig en tevens vrij dichtbloemig. Vaak verlengt de aar zich later en wordt ten slotte cylindrisch. De bloemen zijn donkerpaars, roze of zwak geelachtig-roze (vleeskleurig), maar heel soms zijn ze wit. De lip is fijn getekend, 5-8 mm lang en niet gedeeld of zwak driedelig. De zijlobben zijn teruggeslagen en daardoor lijkt de lip smal. De kegelvormige spoor is omlaag gericht en is korter dan het vruchtbeginsel. Het honingmerk bestaat uit fijne stipjes en lijntjes, die begrensd worden door een fijne, vaak ononderbroken hartvormige lijn.


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Ivar Leidus -
CC BY-SA 4.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Franco Fenaroli -
CC BY-NC-ND 4.0


Aleksandr Ebel -
CC BY-NC 4.0


Владимир -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselarme, zwak zure tot meestal kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en laagveen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (jonge duinvalleien), drooggevallen zandplaten in afgedamde zeearmen, grasland (beekdalblauwgrasland, hooiland, weiland en ontziltend grasland op kleihoudend zand), moerassen (kalkmoerassen, trilveen, verlande moerassen, rietland, brakwaterveen en overgangen van kraggen naar vaster, vaak enigszins kleihoudend veen), opgespoten grond en afgravingen (kleigroeven).

Verspreiding

Wereld: Europa en West-, Midden- en Noord-Azië.

Nederland: Vrij zeldzaam. Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeldzaam. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Handekenscruydt Manneken
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL