Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Vlinderstruik - Buddleja davidii

Frysk: Flinterstrķk

English: Butterfly-bush

FranÁais: Arbre aux papillons

Deutsch: Sommerflieder

Synoniemen:

Familie: Scrophulariaceae (Helmkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Buddleja is genoemd naar Adam Buddle, een Engelse botanicus en rector van Farnbridge, Essex (1660-1715). In 1708 schrteef hij een nieuwe Flora van Engeland. Davidii is genoemd naar Armand David (1826-1900), Franse missionaris en plantenverzamelaar in China.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 1-2Ĺ meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stam en takken: De takken zijn kantig en donzig. De takken en de bladeren staan kruisgewijs tegenover elkaar.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn groen of grijsgroen, langwerpig-eirond tot langwerpig, lang toegespitst en ondiep gezaagd. De onderkant is donzig. Aan de voet zitten zeer kleine steunblaadjes. De bladeren hebben een korte steel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen een dichte, aan de voet onderbroken, smalle, pluimvormige bloeiwijze van 20-30 cm lang. De bloemen zijn paars, roze of wit met een oranje ring in de keel. Ze zijn 0,9-1,1 cm, trompetvormig en hebben aan het einde vier brede slippen. Ze verspreiden een zoete geur.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De kleine vruchten splijten bij rijpheid in tweeŽn. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, stenige grond (ook op grof zand en fijn grind). Het meest in stedelijke gebieden.

Groeiplaatsen: Holten van oude muren (o.a. grachtkanten en verwaarloosde gebouwen), tussen trottoirtegels, tussen straatstenen aan de voet van huizen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen en spoorbermen), zeeduinen (duinstruwelen), klippen, braakliggende grond met veel puin en bermen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit China. Omstreeks 1900 ingevoerd in Europa.

Nederland: Algemeen. Het meest  in stedelijke gebieden. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest  in stedelijke gebieden. Ingeburgerd sinds 1940.
WalloniŽ: Vrij algemeen  ingeburgerd.

Wetenswaardigheden

Voor een weelderige bloei moet de struik in maart worden gesnoeid. De Vlinderstruik staat bekend als nectarleverancier voor vlinders. Weinig planten worden zo druk bevlogen door grote en opvallende vlinders als Dagpauwoog en Atalanta.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL