Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Vlottende waterranonkel - Ranunculus fluitans

Frysk:

English: River Water-crowfoot

FranÁais: Renoncule flottante

Deutsch: Flutender HahnenfuŖ

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana en betekent kikker. Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Fluitans betekent drijvend of vlottend (op of in stromend water).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

HWinterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 0,9-6 meter.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas  - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Ulla Niclaus -
CC BY-SA 4.0


Roland zh -
CC BY-SA 3.0

Wortels: De stengels  wortelen op de knopen.


herbariaunited.org


europeana.eu -
CC0


europeana.eu -
CC0


europeana.eu -
CC0

Stengels: 's Winters zijn de stengels gedrongen. Ze kruipen, wortelen op de knopen en de bladeren zijn dan lang gesteeld. Tegen de zomer groeien de holle stengels snel en kunnen dan tot 6 meter lange slierten vormen, die zweven in het water. Ze wortelen dan alleen aan de voet en hebben kortgesteelde bladeren.


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Er zijn alleen ondergedoken, draadvormige bladeren. Deze zijn penseelvormig (als je de plant uit het water tilt, dan vallen de bladeren als een penseel samen), worden tot enkele dm lang, zijn aan de voet in drieŽn gevorkt en vervolgens enkele keren gegaffeld en met vrij stevige, langgerekte, evenwijdige slippen.


Xemenendura -
CC BY-SA 3.0 es


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De vaak langgesteelde, witte, 1-3 cm grote bloemen hebben meestal zes kroonbladen (soms vijf tot tien), die elkaar met de randen bedekken en met een omgekeerd eironde honinggroef. De nagel is geel. De bloembodem is vrijwel kaal (hooguit een klein aantal borstelharen). Bloemen met veel meeldraden en een stijl met stempel.


Radio Tonreg -
CC BY 2.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Florent Beck - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn vrijwel kaal. De vruchtstelen worden tot 10 cm lang, maar zijn niet langer dan de bladeren. Vaak is er maar weinig vruchtzetting. Tweezaadlobbig.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen, in helder, vrij snel stromend, zuurstofrijk, matig voedselrijk tot voedselrijk, tot meer dan 1 meter diep, neutraal water (zand en stenige bodems).

Groeiplaatsen: Water (snel stromende rivieren, beken en kanalen, vaak met een bodem van rotsgesteente, grind en keien of zandige modder).

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Europa.

Nederland: Zeldzaam in Limburg en Noord-Brabant.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest  in het Maasgebied. Afgenomen.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam. Het meest  in het Maasgebied en in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL