Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Vogelpootzegge - Carex ornithopoda

Frysk:

English: Birdsfoot Sedge

FranÁais: LaÓche pied d'oiseau

Deutsch: VogelfuŖ-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Ornithopoda is afgeleid van het Griekse ornithos (vogel) en podion (voet).

Opmerking: De plant lijkt sterk op Vingerzegge.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 5-20(-30) cm.


Daderot - Public Domain


Hermann Schachner -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels


Rolf Theodor Borlinghaus -
CC BY-NC 4.0


© Hortus Botanicus Catinensis - dbiodbs.units.it -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0

Stengels: Polvormend. De stengels zijn meestal dun en slap. Bovenaan zijn ze meestal iets ruw en ze steken vaak boven de bladen uit.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De onderste zijn bladscheden meestal lichtbruin. De bladen zijn 2-3 mm breed, vrij ruw en in het bovenste vierde deel plotseling toegespitst.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


A. Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn roodbruin met een groene middenstreep en een witvliezige rand. De dichtopeenstaande aartjes groeien allemaal op ongeveer hetzelfde punt aan de stengel. De vrouwelijke aren zijn 0,6-1 cm lang, met twee tot zes bloemen. De stelen steken uit de schutbladen. De kafjes zijn breed omgekeerd eirond, vrij stijf, roodbruin tot geelbruin met een brede, groene middenstreep en een smalle, lichte, vliezige rand. Het mannelijke aartje is zeer smal en meestal hoogstens 8 mm lang. De kafjes zijn meestal lichter dan die van de vrouwelijke aartjes en vaak zonder een duidelijke groene middenstreep.


Hermann Schachner -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn ongeveer 2,5 cm lang en steken boven de geelbruine kafjes uit. De aartjes zijn als een klauw gekromd. De vruchten zijn scherp driekant, eirond en bijna zwart. Eenzaadlobbig.


Mathieu Menand - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


A. Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Gianluca Nicolella -
CC BY-NC-ND 4.0


Claudia Ganz -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op droge, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland) en bossen.

Verspreiding

Wereld: Noordwest-ScandinaviŽ en in Midden-Europa, westelijk tot in BelgiŽ en Groot-BrittanniŽ.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL