Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Vroege sterhyacint - Scilla bifolia

Frysk: Stjerhyasint

English: Alpine Squill

FranÁais: Scille ŗ deux feuilles

Deutsch: Zweiblšttriger Blaustern

Synoniemen:

Familie: Asparagaceae (Aspergefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Scilla komt of van het Griekse scullein (schaden), omdat de bol van Scilla officinalis zeer vergiftig is ůf het komt van het Griekse schidzoo (splijten) en zou dan slaan op de lagen van de bolschubben, die geleidelijk los komen ůf van killoo (bewegen) vanwege de bolronde bol. Bifolia betekent tweebladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt

Afmeting: 10-25 cm.

Bloeimaanden: Maart en april.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andreas Eichler -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een bol.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De kale stengels zijn rond.


Andreas Eichler -
CC BY-SA 4.0


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: Meestal zijn er twee bladen. Ze zijn breed lijnvormig, gootvormig, stengelomvattend en worden tot 10 cm lang. Ze verschijnen vrijwel tegelijk met de bloemen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Juan Josť SŠnchez -
CC BY-SA 2.0


Andreas Eichler -
CC BY-SA 4.0


Andreas Eichler -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zitten in korte losbloemige trossen met twee tot acht bloemen. Ze zijn blauw of heel soms wit of roze en 1-1,8 cm groot. De zes rechtopstaande bloembladen zijn stervormig en 0,6-1,2 cm lang en 2-3 mm breed. De bloemdekbladen wijken van de voet af uit elkaar.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Nova -
GFDL


Nova -
GFDL


Giacomo Bellone -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde, soms zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, humeuze, vaak kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, o.a. bij buitenplaatsen), struwelen en kreupelhout.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het noorden en in Zuidwest-AziŽ.

Nederland: Zeldzaam. Stinsenplant. Ingeburgerd in de 17de eeuw.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeldzaam in de zuidelijke Ardennen en in het dal van de Viroin.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Meertsbloemen
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL