Wilde planten in Nederland en België

Watergras - Catabrosa aquatica

Frysk: Wettergers

English: Whorl-grass

Français: Catabrose aquatique

Deutsch: Quellgras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Catabrosa is afgeleid van het Grieks katabrosis (voer = een voergras). Aquatica betekent waterbewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m november.

Afmeting: 20-70 cm.


Roman -
CC BY 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Wortels: De stengels wortelen op de knopen.


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn kaal, licht blauwgroen en vaak wat roodpaars aangelopen. Ze wortelen op de onderste knopen. De stengelbasis en de uitlopers kruipen in de modder of zweven in ondiep water.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: Watergras vormt in het water 'vlotten' met voor een deel drijvende en voor een deel boven water uitstekende bladen. De zachte, gladde bladen worden tot 1 cm breed. Ze zijn vrij slap, hebben een stompe top en een 'gootje' aan beide kanten van de middennerf. Voor ontplooiing zijn de bladeren langs de middennerf samengevouwen. De lengtenerven worden vaak door enkele dwarsnerfjes met elkaar verbonden. Het tongetje wordt tot meer dan ½ cm lang en heeft een afgeronde top.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De ijle bloeiwijze is pluimvormig en bevat veel bloemen. De grijzige takken staan naar alle kanten wijd uit. De pluim heeft een dikke hoofdas en is tussen de takkransen vaak iets buikig. De aartjes zijn 2½-4 mm lang en bevatten één of twee bloemen. De kelkkafjes zijn eirond, vliezig, niet of onduidelijk generfd en aan de top vaak gekarteld. Het bovenste is groter dan het onderste. Het lemma is vliezig aan de top, meestal paarsrood aangelopen en veel langer dan de kelkkafjes.


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Jose Hernandez - USDA-NRCS PLANTS Database


Augustin Roche - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte, voedselrijke, met name stikstofrijke grond en in ondiep, zoet, voedselrijk, vaak kalkhoudend water. Meestal op kwelplekken.

Groeiplaatsen: Grasland (open plekken in weiland naast toegangsdammen en op vertrapte plekken), akkers, waterkanten en water (oevers van vaak vervuild water, langs veenweidesloten, afgravingen, duinplassen, maar ook in ondiepe, enigszins vervuilde beken en kanaaltjes), op balken en plantenresten in het water en klei- en baggerstortplaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest- en Midden-Azië, nabij de kust in Noord-Afrik en in bijna heel Europa. In andere variëteiten ook in noordelijk Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam Het meest in laagveengebieden, met name in het Hollands-Utrechtse polderland.

Vlaanderen: Zeldzaam.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL