Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Watergras - Catabrosa aquatica

Frysk: Wettergers

English: Whorl-grass

FranÁais: Catabrose aquatique

Deutsch: Quellgras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Catabrosa is afgeleid van het Grieks katabrosis (voer = een voergras). Aquatica betekent waterbewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 20-70 cm.


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Wortels: De stengels wortelen op de knopen.


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn kaal, licht blauwgroen en vaak wat roodpaars aangelopen. De stengelbasis en de uitlopers kruipen in de modder of zweven in ondiep water.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De bladeren worden tot 1 cm breed. Ze zijn vrij slap, hebben een stompe top en een 'gootje' aan beide kanten van de middennerf. Voor ontplooiing zijn de bladeren langs de middennerf samengevouwen. De lengtenerven worden vaak door enkele dwarsnerfjes met elkaar verbonden. Het tongetje wordt tot meer dan Ĺ cm lang en heeft een afgeronde top. Watergras vormt in het water 'vlotten' met voor een deel drijvende en voor een deel boven water uitstekende bladeren.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De ijle bloeiwijze is pluimvormig en bevat veel bloemen. De grijzige takken staan wijd uit. De pluim heeft een dikke hoofdas en is tussen de takkransen iets buikig. De aartjes zijn 2Ĺ-4 mm lang en bevatten meestal twee bloemen, maar soms maar ťťn bloem. De kelkkafjes zijn eirond, vliezig, niet of onduidelijk generfd, aan de top vaak gekarteld en veel korter dan het hele aartje. Het bovenste is groter dan het onderste.


Arie van den Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Jose Hernandez - USDA-NRCS PLANTS Database


Augustin Roche - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte, voedselrijke, met name stikstofrijke grond en in ondiep, zoet, voedselrijk, vaak kalkhoudend water. Meestal op kwelplekken.

Groeiplaatsen: Grasland (open plekken in weiland naast toegangsdammen en op vertrapte plekken), akkers, waterkanten en water (oevers van vaak vervuild water, langs veenweidesloten, afgravingen, duinplassen, maar ook in ondiepe, enigszins vervuilde beken en kanaaltjes), op balken en plantenresten in het water en klei- en baggerstortplaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest- en Midden-AziŽ, nabij de kust in Noord-Afrik en in bijna heel Europa. In andere variŽteiten ook in noordelijk Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam Het meest  in laagveengebieden, met name  in het Hollands-Utrechtse polderland.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL