Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Waterpostelein - Lythrum portula

Frysk: Wetterposlein

English: Water-purslane

FranÁais: Peplis portula

Deutsch: Sumpfquendel

Synoniemen: Peplis portula

Familie: Lythraceae (Kattenstaartfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lythrum is afgeleid van het Griekse lythron (bloed, uit wonden vloeiend), hetgeen betrekking heeft op de bloemkleur. Portula verwijst naar de gelijkenis met Portulaca (Postelein).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-25 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De vierkantige, kruipende stengels zijn doorschijnend, vaak roodachtig en min of meer liggend. Ze zijn aan de voet vertakt en wortelen op de knopen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn vrij vlezig en soms rood aangelopen. Ze zijn omgekeerd eirond tot spatelvormig, hebben een ronde tot afgeknotte top en zijn in korte steel versmald.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien afzonderlijk in bladoksels. Ze zijn paars, roze of witachtig, 1-2 mm groot en hebben zes kroonbladen, maar soms zijn die afwezig. Er zijn eveneens zes kelkbladen. De kelk is klokvormig. De kelkbladen zijn ongeveer even lang als de bijkelkslippen.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn bolrond en langer dan de kelkbuis. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms half beschaduwde, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, matig voedselarme, zwak zure zand- en leemgrond of in ondiep, voedselarm, zwak zuur water.

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs vennen, beekoevers, modderige poelen, greppels, stilstaande sloten, ijsbaantjes en drooggevallen plaatsen), kale bodems, grasland (open plekken in nat grasland en kale plekken in nat weiland), afgravingen, zeeduinen (duinvalleien), heide (moerassige plaatsen) en bossen (drassige bospaden).

Verspreiding

Wereld: Europa. Noordelijk tot in het Oostzeegebied. Ook in Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in het westen van de Verenigde Staten, in Midden- en Zuid-Amerika en in Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam op kleigronden.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest  in de Kempen.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL