Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Waterzuring - Rumex hydrolapathum

Andere namen

Frysk: Hantsjeriis

English: Water Dock

Français: Patience des eaux

Deutsch: Fluß-Ampfer

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Caryophyllales

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Geslacht: Rumex (Zuring)

Soort: Rumex hydrolapathum

Naamgeving (Etymologie): Zuring duidt op de zure smaak van de plant (door de aanwezigheid van oxaalzuur). Rumex komt het Latijnse woord rumex (werpspies), hetgeen slaat op de bladvorm van een aantal soorten. Hydrolapathum komt van het Griekse hydor (water) en lapathum (Zuring).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 1-1½ meter, maar soms tot 2 meter.


AnRo0002 - CC0


BerndH - CC BY-SA 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Een dikke, vrij korte, niet vertakte, horizontale wortelstok.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


ww2.bgbm.org - CC BY-SA 3.0 de

Stengels: De stengels zijn sterk vertakt.


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Karelj - CC BY-SA 3.0


Aroche - CC BY-SA 2.5

Bladeren: De vlakke, dikke, iets leerachtige en stugge wortelbladeren zijn 60-100 cm. Ze zijn breed langwerpig  en meestal naar de voet en de top versmald. De bladrand is vaak gekroesd. De zijnerven staan loodrecht op de middennerf.


AnRo0002 - CC0


kuleuven-kulak.be


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem  - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een grote, kegelvormige, licht roodbruine, vrij dichte en sterk vertakte pluim. Het onderste deel is bebladerd. De bloemen zijn groenig en de bloemdekbladen hebben een gave rand.


BerndH - CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be


© Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De stevige, dikke, driehoekige vruchtkleppen zijn 5-8 mm. Ze zijn iets langer dan breed, aan de top vaak afgeknot en aan de rand hoogstens zwak getand. Alle drie vruchtkleppen hebben een knobbel. Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms heel licht beschaduwde, natte plaatsen (verlandingszones) aan en in matig voedselrijk tot voedselrijk, zoet water (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Moerassen (rietland, drijftillen en verlandende sloten), waterkanten en water (o.a. vijvers, rivieren, kanalen, verruigde rietkragen), kommen in uiterwaarden, kademuren en andere muren langs het water en houten steigers) en bossen (lichte plekken in broekbossen en grienden).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Oost-Europa.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam op de Veluwe, in Zeeland, Zuid-Limburg en Flevoland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen langs kanalen en rivieren. Elders zeldzamer en zeldzaam in de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Algemeen in de Maas- en Sambervallei en zeldzaam in de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Wetenswaardigheden

De Grote vuurvlinder is gebonden aan Waterzuring. De vlinder is beperkt tot de laagveengebieden van Zuidoost-Fryslân en Noordwest-Overijssel. Hij leeft op Waterzuring in uitgestrekte, meestal oude en min of meer ijle rietlanden. De plant ontwikkelt zich hier minder fors dan aan waterkanten. Overal in Europa is de Grote vuurvlinder een bedreigde soort.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra