Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Wegdistel - Onopordum acanthium

Frysk: Dykstikel

English: Cotton Thistle

FranÁais: Onoporde acanthe

Deutsch: Eselsdistel

Synoniemen: Onopordon acanthium

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Onopordum komt van het Griekse onos (ezel) en perdo (eten), omdat de plant wordt gegeten door ezels. Het kan echter ook afkomstig zijn van onos (ezel) en porde (wind), omdat ezels die van deze planten eten last krijgen van winderigheid. Acanthium betekent als het geslacht Acanthus (allerlei doornplanten en distelachtigen).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 50-250 cm.


AnRo0002 -
CC0


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 -
CC0

Wortels: Een forse vertakte penwortel.


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


mam.ansp.org -
CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De rechtopstaande, grijsblauwe stengels zijn wit spinragachtig behaard en vaak kandelaarachtig vertakt. De vertakkingen staan duidelijk scheef omhoog. De bladeren zetten zich op de stengel voort in een soort vleugelranden, die de forse stengel breed maken. Vaak zijn ze voorzien van forse stekels.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De rozetbladen zijn langwerpig of elliptisch en bochtig getand tot gelobd. De bladrand heeft forse stekels. De stengelbladen staan verspreid. Alle bladen zijn wit spinnenwebachtig behaard, met name aan de onderkant.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande, roodpaarse bloemhoofdjes zijn 3-6 cm, afgerond kegelvormig en meer breed dan hoog. De bloemen zijn buisvormig. Je vindt de bloemhoofdjes aan de stengeltop en aan de top van de vertakkingen. De omwindselbladen zijn smal langwerpig en 2-4 mm breed. Ze lopen uit in scherpe stekels. De onderste staan wijd af. De bloemhoofdjesbodem zonder haren, maar wel met opstaande, getande richeltjes.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn afgeplat vierkantig en dragen een kroontje van roodachtige haren. De pappusharen zijn onderaan tot een ring vergroeid. De oude bloemhoofdjesbodem is kaal met diepe putjes, waarin de nootjes hebben gestaan. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Philmarin -
CC BY-SA 4.0


Philmarin -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, met name stikstofrijke, kalkrijke, humusarme, omgwerkte grond (zand, mergel, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Heggen, bermen, langs ruiterpaden, dijken, zeeduinen, aan de voet van zuidhellingen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), industrieterreinen, ruigten (kalkrijke ruigten), ruderale plaatsen, stortplaatsen, braakliggende grond en afgravingen (in kalkgroeven met opgehoopt afgebrokkeld materiaal).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ en Europa, behalve in de meest noordelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het noorden.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam. Vaak verwilderd vanuit tuinen.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Uit de nootjes is distelolie te winnen. De pappusharen zijn tot disteldoek te verwerken. Het sap van de plant was medicinaal in gebruik. Wortels, jonge scheuten en de bloemhoofdjesbodem van nog niet bloeiende hoofdjes zijn als groente eetbaar. Wegdistel verwildert ook vanuit tuinen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 5 (1800)


Cruijdeboek, deel 4, Rembert Dodoens. Corenen, Legumina, Distelen ende dyerghelijcke (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL