Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Wegedoorn - Rhamnus cathartica

Frysk-Stikelhout

English-Buckthorn

FranÁais-Nerprun purgatif

Deutsch-Kreuzdorn

Synoniemen

Familie-Rhamnaceae (Wegedoornfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Rhamnus stamt van het Oud-Griekse rhamnos (struik met doornen). Cathartica stamt van het Griekse katharein (reinigen), de vruchten dienden namelijk als laxeermiddel. De naam Vuilboom is vanwege de laxerende (vuil afdrijvende)werking van bessen en bast.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Overblijvend.

Plantvorm-Fanerofyt.

Hoofdbloei-Mei en juni.

Afmeting-1,5-5 (-6) meter.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Stam


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Takken-De takken groeien kruisgewijs in paren (tegenoverstaand). Vaak zijn de twee takken van een paar iets ten opzichte van elkaar verschoven. De takken zijn dun, recht en hebben een strobruine bast. Vaak lopen de tweejarige takken in een slanke doorn uit met aan beide kanten twee jongere takken, maar ze kunnen ook doornloos zijn. Winterknoppen met schubben.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren-De tegenoverstaande bladeren zijn 4-6 cm lang. Aan beide kanten hebben ze twee of drie boogvormige zijnerven. Ze zijn lang gesteeld, fijn gekarteld-gezaagd en variabel van vorm. Ze kunnen cirkelrond, eirond, elliptisch of langwerpig zijn. Bovenaan zijn ze meestal toegespitst en aan de voet wigvormig tot afgeknot. Soms zijn de bladhelften ongelijk.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen-Meestal tweehuizig, maar soms polygaam (ťťn- of tweeslachtig). De bladokelstandige bloemen groeien in kluwens met twee tot acht bij elkaar aan de voet van jonge takken. De groengele bloemen zijn meestal viertallig (zelden vijftallig), 3-5 mm lang en verspreiden een prettige geur. De slippen van de kelk zijn even lang als de buis. De stijl is in vieren gespleten.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden-De giftige, onsmakelijke, besachtige steenvruchten zijn 6-8 mm, met een paar steenkernen, die elk een zaad bevatten. Eerst zijn ze groen, maar later worden ze zwart. Tweezaadlobbig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Mark Whitcombe - cc by-nc 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem-Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige (in Midden-Europa ook op droge), voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende of leemhoudende, humeuze grond (zand, leem en mergel).

Groeiplaatsen-Beekoeverwalbossen, bosranden, struwelen, heggen, soms op kalkhellingen, duinen, rivierduinen en pionierstruweel op slikken die niet meer door zout water worden overspoeld.

Verspreiding

Wereld-Gematigde streken in Europa, AziŽ en op enkele plaatsen in Noordwest-Afrika.

Nederland-Inheems. Vrij algemeen.

Vlaanderen-Inheems. Vrij algemeen.

WalloniŽ-Inheems. Vrij algemeen.

Wetenswaardigheden

Afhankelijk van de rijpingsgraad kunnen uit de vruchten verschillend gekleurde verfstoffen worden bereid. Zowel de vruchten als de bast waren als laxeermiddel in gebruik. In vroeger tijden werd uit de schors en de bessen van de Wegedoorn een krachtig laxeermiddel bereid. Het spinthout is geel en het kernhout roodachtig bruin. Tegenwoordig wordt het hout niet meer gebruikt, maar in de IJzertijd verwerkte men het samen met andere houtsoorten, zoals eiken, tot houtskool.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl